Tessa Roseboom presenteert nieuw boek: ‘De Eerste 1000 Dagen’

WOMB project-coördinator Tessa Roseboom heeft deze week een nieuw boek gepresenteerd over het grote belang van de eerste 1000 dagen van een mensenleven. Diverse media besteedden aandacht aan de presentatie van het boek, waaronder RTL Nieuws. “Als een kind zich in de eerste twee jaar van zijn leven niet goed ontwikkelt, heeft hij daar zijn leven lang last van.” Dit zegt hoogleraar Tessa Roseboom van de Universiteit van Amsterdam. En de politiek is het ermee eens. Nog dit jaar komt minister Hugo de Jonge met plannen om te investeren in de allerjongsten. Tessa Roseboom legt je uit waarom die eerste duizend dagen zo belangrijk zijn.

Bron: RTL Nieuws

Is jouw kind een paardenbloem of een orchidee?

Ieder kind is verschillend en heeft andere aandacht, zorg en begeleiding nodig. Sommige ontwikkelingspsychologen vergelijken kinderen graag met bloemen. Deze vergelijking wordt inmiddels ook onderschreven door genetisch onderzoek. Wat voor bloem is jouw kind, een paardenbloem of orchidee?

Iedereen kent ze wel, de paardenbloemen die tussen stoeptegels groeien of op willekeurige plekken op een mooi gazonnetje. Deze bloemen hoef je geen water te geven, speciale plantenvoeding of een bepaalde hoeveelheid zonlicht. Paardenbloemen groeien altijd, ook in ongunstige, ruwe omstandigheden. Een orchidee daarentegen heeft veel speciale aandacht nodig. Een orchidee heeft een precieze hoeveelheid water en zonlicht nodig, en als alle omstandigheden goed zijn, ontstaan er de meest prachtige, oogverblindende bloemen.

Bloemenkinderen

Sommige ontwikkelingspsychologen gebruiken de eigenschappen van deze bloemen graag om het type kind mee aan te duiden. Zo heb je kinderen die zich overal wel doorheen slaan, die kunnen opgroeien in een lastige omgeving en daar niet of nauwelijks onder lijden. Ze zijn net als paardenbloemen: bijna niet kapot te krijgen. Daarnaast zijn er kinderen die juist veel speciale aandacht nodig hebben. Deze ‘orchideeën’ zijn gevoeliger voor hun omgeving en kwetsbaarder.

Genetische component

Er is enig bewijs dat in de genen vastligt welke kinderen ‘paardenbloemen’ en ‘orchideeën’ zijn. Als je kijkt naar de gevolgen op de lange termijn voor deze kinderen, dan lijkt er dus een samenspel te zijn tussen het soort ‘bloem’ waarmee een kind vergeleken kan worden en de omgeving waarin het kind opgroeit. Het lijkt voor ‘paardenbloemen’ minder ernstige gevolgen te hebben als ze opgroeien in een psychologisch negatieve omgeving, terwijl zo’n omgeving bij ‘orchideeën’ voor blijvende psychische en gedragskundige problemen kan zorgen.

Positieve omgevingen

Orchideeën zijn dus gevoeliger voor negatieve omgevingen, maar gedijen juist weer des te beter in de juiste, positieve omstandigheden. Dit doen ze dan zelfs in hogere mate dan de ‘paardenbloemen’ in dezelfde positieve omgeving. Deze vaststelling heeft geleid tot onderzoek naar verschillende opvoedtechnieken bij deze twee soorten kinderen. Veel ouders voelen instinctief al aan dat opvoeding niet een kwestie is van ‘one size fits all’, maar dat het vaak beter werkt om de opvoeding aan te laten sluiten bij de eigenschappen van het kind.

WOMB project

Ook binnen WOMB project doen we iets met deze wetenschap. Wij onderzoeken bijvoorbeeld of de vroege omgeving waarin iemand is opgegroeid, invloed heeft op hoe deze persoon reageert op leefstijladvies. Het mag duidelijk zijn dat over dit boeiende onderwerp  het laatste onderzoek nog niet is uitgevoerd.

WOMB project verwelkomt Arts Onderzoeker Tamara den Harink

Deze maand is Tamara den Harink gestart als arts-onderzoeker bij WOMB project. Zij gaat zich bezighouden met onderzoek naar de invloed van overgewicht bij de zwangere vrouw op de gezondheid van het kind. Tamara sluit aan bij de vorig jaar opgestarte onderzoekslijn van Arend van Deutekom.

Tamara en Arend kenden elkaar van een eerder onderzoek dat ze samen uitvoerden. “Die samenwerking met Arend als begeleider verliep erg prettig. Toen hij mij liet weten nog op zoek te zijn naar een arts-onderzoeker binnen zijn nieuwe project, hoefde ik niet lang na te denken.”

Kinderarts worden

De 27-jarige kersverse onderzoekster rondde afgelopen oktober haar studie geneeskunde af aan de Uva /AMC. Daarna deed ze vier maanden klinische ervaring op bij De Kinderkliniek in Almere als Arts Kindergeneeskunde op de polikliniek. “Dat was een behoorlijk zelfstandige functie, waarbij ik heb mogen proeven aan het beroep kinderarts. Ik hou van het doktersvak en ik hou van kinderen, dus mijn einddoel is om uiteindelijk ook echt kinderarts te worden.”

Geen haast

Haast met kinderarts worden heeft Tamara echter niet; ze heeft een duidelijk meerjarig carrièrepad uitgestippeld waarbij ze haar einddoel stap voor stap nadert. De specialistische opleiding tot kinderarts duurt minimaal vijf jaar en voor die tijd wil de Amsterdamse sowieso eerst vier jaar medisch onderzoek doen en promoveren. “Ik kan nu gegarandeerd voor anderhalf jaar terecht bij het WOMB project. Het komende jaar moet ik dan op zoek naar aanvullende financiering om het onderzoek ook echt te kunnen afronden, inclusief promotie. Als dat allemaal lukt, wil ik daarna nog in de praktijk meedraaien als ANIOS (Arts Niet In Opleiding tot Specialist). Pas daarna zal ik op zoek gaan naar een plek waar ik me tot kinderarts kan specialiseren.”

De MRI-scanner waarmee Tamara de komende maanden vaak zal werken.

Overgewicht tijdens zwangerschap

Tamara richt zich de komende jaren dus duidelijk op onderzoek met als thema ‘maternale obesitas’ (overgewicht tijdens de zwangerschap). Hierbij zijn het de kinderen die centraal staan. “We willen weten welke invloed overgewicht van de moeder heeft op het kind, vooral op de aanleg van het hart- en vaatstelsel. Daarom gaan we allerlei metingen verrichten bij kinderen, met name aan hart en bloedvaten. Ik houd me onder meer bezig met het begeleiden van deelnemers, het voorbereiden van de onderzoeken en het analyseren van de data die de metingen opleveren.”

MRI-scan

De komende maanden zal Tamara regelmatig te zien op de afdeling Radiologie, want van een aantal deelnemende kinderen wordt het hart bekeken via een echografie en MRI-scan. Vooral die laatste ziet ze als een uitdaging. “De kinderen moeten drie kwartier stilliggen in een MRI-scanner. Hoewel het apparaat geen straling uitzendt en voor de metingen van de gezondheid van het kind de beste optie is, maakt het ding wel behoorlijk wat herrie. We gaan de kinderen en hun ouders dan ook goed begeleiden en voorbereiden. Binnenkort stap ik zelf in de MRI-scanner om te ervaren hoe het is. Uiteindelijk willen we met dit onderzoek bereiken dat kinderen een zo goed mogelijke start van hun leven hebben. Alleen al daarom spreekt dit onderzoek me erg aan.”