‘Ik bepaal zelf wat ik eet en hoeveel ik eet’. Dat denken we allemaal. Toch blijkt uit onderzoek dat we heel veel keuzes rondom eten en drinken helemáál niet bewust maken. Omgevingsfactoren spelen een doorslaggevende rol in ons eet- en drinkgedrag.

Wat we eten en hoe(veel) we eten beïnvloedt onze gezondheid. Toch is gezond eten vaak lastig. Waarom we eten wat we eten heeft te maken met heel veel verschillende factoren, waaronder omgevingsfactoren. Die beïnvloeden ons eetgedrag vaak enorm, meestal onbewust. Bij omgevingsfactoren kun je denken aan alle invloeden uit je omgeving die er voor kunnen zorgen dat je op een bepaalde manier eet: de groenteboer op loopafstand van je huis die er voor zorgt dat je vaker groenten koopt, maar ook gewoontes of ongeschreven regels in je gezin of op je werk.

De 4 belangrijkste omgevingsfactoren.

 

  1. Portiegrootte

De afgelopen jaren zijn de porties waarin ons eten wordt aangeboden steeds groter geworden. De producten die we kopen zijn niet alleen groter, ook het formaat van de verpakkingen neemt toe. Grotere porties zorgen ervoor dat we meer eten. Zo steeg in Amerika de portiegrootte tussen 1977 en 1996 van gemiddeld 49 naar 133 calorieën per portie. Ook in Nederland verschuift de norm van wat een ‘normale portie’ is. Wat vroeger een normale portie was, heet nu ‘small’. Daarnaast zijn grotere verpakkingen vaak ook relatief goedkoper. Denk aan de zak chips met 20% extra inhoud voor dezelfde prijs.

2016-03-08 Omgevingsfactoren portiegrootte (1)

  1. Servies

Het formaat van de borden en de vorm van de glazen die je in huis hebt, kunnen je eet- en drinkgedrag beïnvloeden. De bekende Amerikaanse wetenschapper Brian Wansink heeft hier veel onderzoek naar gedaan. Zo bleek dat mensen ongeveer 80% meer sap inschenken in een laag breed glas dan in een smal hoog glas met dezelfde inhoud. Ook eet je vaak onbewust meer van een groot bord dan van een klein bord. Eenzelfde hoeveelheid lijkt namelijk kleiner op een groot bord. En dus heb je de neiging om meer op te scheppen.

Zelfs de kleur van je borden heeft invloed op hoeveel je eet. Eet je bijvoorbeeld pasta met een witte saus van een wit bord dan eet je daar onbewust meer van dan wanneer je dit van een rood bord zou eten.

Een ander beroemd experiment van Brian Wansink is de bodemloze soepkom(5). In dit experiment werd bij een groep mensen de soepkom van onderen onzichtbaar bijgevuld. De proefkonijnen aten net zo lang door totdat de bodem in zicht kwam en hadden niet door dat ze bijna 75% meer soep hadden gegeten dan degenen van wie de soepkom niet werd bijgevuld. Bovendien zaten ze van deze extra soep niet extra vol, zoals je zou verwachten.

Deze experimenten zijn allemaal gedaan over een korte periode. Of deze aanpassingen er ook op de langere termijn, na een aantal jaren, voor zorgen dat we minder blijven eten is nog niet onderzocht, maar het lijkt aannemelijk. De tip luidt hier dan ook: gebruik kleine borden (in verschillende kleuren) en smalle, hoge glazen.

  1. Beschikbaarheid en moeite

Ook de beschikbaarheid van (on)gezond voedsel heeft invloed op wat en hoeveel we ervan eten. Er wordt meer gegeten van voedsel dat gemakkelijk te verkrijgen is dan voedsel dat moeilijk te verkrijgen is. Denk bijvoorbeeld aan het verschil tussen de zak chips die al in de keukenkast op je ligt te wachten, of de zak chips die je nog moet halen bij de supermarkt.

Wil je graag minder van iets eten, haal dit dan niet in huis. Wil je van een product juist wel meer eten, zorg er dan voor dat je het jezelf gemakkelijk maakt. Wil je bijvoorbeeld meer fruit eten, zorg er dan voor dat je dit de avond van tevoren al gesneden in de koelkast legt, klaar om op te eten.

Ook het zien van voedsel doet eten. In een omgeving waarin steeds meer voedsel kant- en klaar en gemakkelijk te verkrijgen is, is het dan best lastig om ‘nee’ te zeggen.

2016-03-08 Omgevingsfactoren portiegrootte

  1. Afleiding, gedachteloos en snel eten

Afleiding tijdens het eten zorgt er voor dat je hersenen niet volledig registreren dat je eet; ze moeten kiezen tussen het eten en de andere taak. Dit zorgt er voor dat je minder snel vol zit en meer eet.

Je kunt bijvoorbeeld eens bij jezelf nagaan hoe vaak je kauwt voordat je een hap doorslikt. Op deze manier ben je gelijk bewust aan het eten. Het duurt gemiddeld 20 minuten om een verzadigd gevoel te krijgen van eten. Eet dus rustig en kauw goed. Eet bijvoorbeeld niet voor de TV of achter je bureau, maar zoek een rustig plekje op om te eten en focus je alleen op het eten.

 


 

Gebruikte bronnen:

  1. Levitsky DA, Pacanowski CR. Free will and the obesity epidemic. Public Health Nutr 2012;15(1):126-41.
  2. Nielsen SJ, Popkin BM. Patterns and trends in food portion sizes, 1977-1998. JAMA 2003;289(4):450-3.
  3. Wansink B, Van Ittersum K. Bottoms up! The influence of elongation on pouring and consumption volume.J Consumer Res 2003;30: 455-63.
  4. Wansink B, Van Ittersum K. Plate Size and Color Suggestibility: The Delboeuf Illusion’s Bias on Serving and Eating Behavior. Journal of Consumer Research. Vol. 39, No. 2 (August 2012), pp. 215-228
  5. Wansink, Brian, James E. Painter, and Jill North (2005), “Bottomless Bowls: Why Visual Cues of Portion Size May Influence Intake,” Obesity Research, 13:1 (January), 93-100
  6. Illustratie: “Couch Potato” door Ronaldo Serafim