Kindersterfte wereldwijd

Helaas komt kindersterfte nog altijd wereldwijd voor, hoewel niet overal in dezelfde mate en met dezelfde oorzaken. Waar overlijden kinderen nu het vaakst aan per continent en wat zouden we daaraan kunnen doen?

Lees meer

Onderzoek: Vaker gedragsproblemen bij kinderen van moeders met (ernstig) overgewicht

Moeders die al voor hun zwangerschap obesitas of (ernstig) overgewicht hadden, blijken 50% meer kans te hebben op een kind met gedragsproblemen. Daarnaast blijken kinderen van zwaarlijvige moeders tevens een grotere kans te hebben op slechter cognitief functioneren. Dit blijkt uit onderzoek van WOMB project waarvan de resultaten recent verschenen in het wetenschappelijke tijdschrift Early Human Development.

Een groep moeders en kinderen in Amsterdam werden jaren gevolgd (zie: www.abcd-studie.nl). Uit de gegevens blijkt dat er een link is tussen het gewicht van moeders en gedragsproblemen bij kinderen op 5-jarige leeftijd. De kinderen van obese moeders, en in mindere mate ook kinderen van moeders met overgewicht, zijn vaker hyperactief, kunnen moeilijker hun aandacht ergens bij houden en hebben vaker problemen met klasgenoten. Deze link wordt in meer internationale onderzoeken gezien. Nu blijkt dat dit ook voor Nederlandse kinderen geldt. Tevens zien we een iets slechter cognitief functioneren bij kinderen van zwaarlijvige moeders.

Verschillende factoren

Er is bij dit onderzoek rekening gehouden met veel verschillende factoren die dit verband kunnen verklaren, zoals opleidingsniveau van de moeder, roken of alcohol gebruik tijdens de zwangerschap, psychische problemen bij zowel de vader als de moeder en het BMI van het kind zelf. Deze factoren bleken niet de oorzaak te zijn van het gevonden verband. Wat dan wél de oorzaak is, is nog niet duidelijk. Deze zou kunnen liggen in problemen rondom de zwangerschap: obese vrouwen hebben vaker gezondheidsproblemen, zoals zwangerschapsdiabetes. Ook blijken obese vrouwen vaker meer glucose, insuline en ontstekingscellen in hun bloed te hebben dan vrouwen met een gezond gewicht. Het is bekend dat deze factoren de ontwikkeling van de hersenen van het toekomstige kind kunnen beïnvloeden.

Nader onderzoek

Maar, misschien ligt de oorzaak ergens anders. Dat kunnen we niet aan de hand van dit onderzoek zeggen. Op dit moment zijn we via dierstudies aan het bekijken om te onderzoeken of obesitas zelf de oorzaak kan zijn of dat we de oorzaak van dit verband heel ergens anders moeten zoeken.

 

Onderzoeker Tamara ondergaat haar eigen onderzoek: de MRI-scanner in!

WOMB-onderzoeker Tamara den Harink houdt zich bezig met onderzoek naar de invloed van overgewicht bij de zwangere vrouw op de gezondheid van het kind. Hiervoor zal ze de komende tijd tientallen kinderen gaan onderzoeken. Ze testte zelf alvast hoe het is om een MRI-scan te ondergaan. Zo kan ze de kinderen – en hun ouders- beter voorlichten over wat er tijdens het onderzoek gebeurt. Hieronder haar verslag, speciaal bedoeld voor de deelnemende kinderen.

Voor ons onderzoek gaan er ook deelnemende kinderen onder een MRI-scanner. Om zelf ook eens mee te maken hoe dit nou voelt ben ik er zelf in gegaan. Dit is wat er gebeurde.

Oorbellen uit

Eerst moest ik ervoor zorgen dat ik helemaal niets aanhad waar metaal in zit, dus mijn oorbellen en haarspeldje moesten uit. Toen kreeg ik een muts op (zie foto) en ging ik liggen op de tafel die klaar stond. Daar kreeg ik stickers op mijn borst geplakt. Dankzij deze plakkers kunnen de radiologen die de scan uitvoeren de elektrische activiteit van mijn hart bekijken. Gelukkig voelde ik hier helemaal niets van.

Best spannend

Daarna kreeg ik een soort plaat over me heen. Dat vond ik eigenlijk wel fijn want het was net een harde deken. Vervolgens was het tijd om de ‘tunnel’ in te gaan. Dat vond ik eerlijk gezegd best een beetje spannend aan het begin,  maar toen ik zag dat ik nog wel het einde van de tunnel kon zien was het spannendste moment wel voorbij.

Hard geluid

Mijn geduld werd behoorlijk op de proef gesteld, want ik moest proberen de hele tijd zo stil mogelijk te blijven liggen in de tunnel van de scanner. Op een gegeven moment klonk er een computerstem. Die gaf me opdrachten om in en uit te ademen en soms even de adem vast te houden. Nadat de computerstem klaar was, klonk er een hard, indringend geluid. Ik dacht eerst dat er een alarm afging! Ging er iets niet goed soms?

Lekker uitrusten

Maar iedereen bleef rustig en ik snapte al snel dat dit erbij hoorde.  Het was het geluid van de MRI-scanner die zijn werk deed. In het filmpje hieronder is te horen wat voor geluid ik bedoel. Hierna was het eigenlijk al niet spannend meer, want ik wist precies wat er de volgende keer ging gebeuren. Ik moest toen nog een tijdje blijven liggen en was zelfs bijna in slaap gevallen. Even lekker uitrusten J  Alleen wel een beetje jammer van die herrie….!

Is jouw kind een paardenbloem of een orchidee?

Ieder kind is verschillend en heeft andere aandacht, zorg en begeleiding nodig. Sommige ontwikkelingspsychologen vergelijken kinderen graag met bloemen. Deze vergelijking wordt inmiddels ook onderschreven door genetisch onderzoek. Wat voor bloem is jouw kind, een paardenbloem of orchidee?

Iedereen kent ze wel, de paardenbloemen die tussen stoeptegels groeien of op willekeurige plekken op een mooi gazonnetje. Deze bloemen hoef je geen water te geven, speciale plantenvoeding of een bepaalde hoeveelheid zonlicht. Paardenbloemen groeien altijd, ook in ongunstige, ruwe omstandigheden. Een orchidee daarentegen heeft veel speciale aandacht nodig. Een orchidee heeft een precieze hoeveelheid water en zonlicht nodig, en als alle omstandigheden goed zijn, ontstaan er de meest prachtige, oogverblindende bloemen.

Bloemenkinderen

Sommige ontwikkelingspsychologen gebruiken de eigenschappen van deze bloemen graag om het type kind mee aan te duiden. Zo heb je kinderen die zich overal wel doorheen slaan, die kunnen opgroeien in een lastige omgeving en daar niet of nauwelijks onder lijden. Ze zijn net als paardenbloemen: bijna niet kapot te krijgen. Daarnaast zijn er kinderen die juist veel speciale aandacht nodig hebben. Deze ‘orchideeën’ zijn gevoeliger voor hun omgeving en kwetsbaarder.

Genetische component

Er is enig bewijs dat in de genen vastligt welke kinderen ‘paardenbloemen’ en ‘orchideeën’ zijn. Als je kijkt naar de gevolgen op de lange termijn voor deze kinderen, dan lijkt er dus een samenspel te zijn tussen het soort ‘bloem’ waarmee een kind vergeleken kan worden en de omgeving waarin het kind opgroeit. Het lijkt voor ‘paardenbloemen’ minder ernstige gevolgen te hebben als ze opgroeien in een psychologisch negatieve omgeving, terwijl zo’n omgeving bij ‘orchideeën’ voor blijvende psychische en gedragskundige problemen kan zorgen.

Positieve omgevingen

Orchideeën zijn dus gevoeliger voor negatieve omgevingen, maar gedijen juist weer des te beter in de juiste, positieve omstandigheden. Dit doen ze dan zelfs in hogere mate dan de ‘paardenbloemen’ in dezelfde positieve omgeving. Deze vaststelling heeft geleid tot onderzoek naar verschillende opvoedtechnieken bij deze twee soorten kinderen. Veel ouders voelen instinctief al aan dat opvoeding niet een kwestie is van ‘one size fits all’, maar dat het vaak beter werkt om de opvoeding aan te laten sluiten bij de eigenschappen van het kind.

WOMB project

Ook binnen WOMB project doen we iets met deze wetenschap. Wij onderzoeken bijvoorbeeld of de vroege omgeving waarin iemand is opgegroeid, invloed heeft op hoe deze persoon reageert op leefstijladvies. Het mag duidelijk zijn dat over dit boeiende onderwerp  het laatste onderzoek nog niet is uitgevoerd.

Test kleuter met marshmallows voorspelt latere prestaties en gezondheid

In ons WOMB-onderzoek hebben we onder andere de ‘marshmallow-test’ gedaan bij kleuters. Deze test gaat over zelfbeheersing: een kleuter krijgt twee snoepjes in plaats van eentje als hij een kwartier kan wachten met opeten. Waarom we deze test deden? Omdat hij een goede indicator is voor intelligentie en gezondheid op latere leeftijd.

Stel, je bent kleuter. Je hebt al een tijdje niet gegeten en je maag knort. Dan geeft de onderzoeksleider je een marshmallow en legt die voor je neus… Het witte zachte snoepje ziet er enorm verleidelijk uit. Net als je hem wilt pakken om op te eten, zegt de onderzoeksleider:

“We gaan een ‘wachtspelletje’ spelen. Ik ga weg en kom straks terug. Je kan wachten met opeten van dit snoepje en dan geef ik je er nog één als ik terugkom. Dus dan heb je er twee. Of je kan de marshmallow nu meteen opeten, maar dan krijg je er maar één.“

Lees meer

Linda de Boer nam voor WOMB project bloed af bij kinderen thuis: “Ik heb ze een positieve ervaring kunnen geven”

Een belangrijke rol tijdens de deelnemers-onderzoeken van WOMB project was weggelegd voor Linda de Boer. De zelfstandig onderneemster verzorgde bloedafnames bij deelnemende kinderen thuis. Op voorhand best spannend, zonder alle voorzieningen van een prikcentrum bij de hand. Dankzij een goede voorbereiding, bereidwillige ouders en een aantal slimme foefjes werden de bloedafnames aan huis een succes.

Linda, van huis uit doktersassistente, verzorgt uiteenlopende medische assistentie op locatie voor diverse organisaties met haar bedrijf Aesculaap Medische Assistentie. Denk hierbij aan bloedprikken, vaccinaties en het afnemen van hartfilmpjes. Daarnaast begeleidt de Limburgse onderneemster mensen die hun leefstijl willen verbeteren. Stoppen met roken, op gezond gewicht komen en lekker slapen komen het vaakst voor. Linda: “Vaak liggen er diepere oorzaken achter een ongezonde leefstijl. Negatieve gedachten en ingesleten patronen weerhouden mensen om gezonder te gaan leven. Het is mijn specialiteit om deze patronen te herkennen en om te buigen. Voor Stoppen met Roken. Hiervoor heb ik een onderscheidend begeleidingstraject ontwikkeld. Dit leidt tot het hoogste slaagpercentage rookvrije deelnemers.”

Kennis en preventie

WOMB project was afgelopen voorjaar op zoek naar een ervaren professional die bloed kon afnemen bij kinderen en hun moeders aan huis in de regio Zuid-Nederland. Via Maastricht UMC kwamen ze bij Linda terecht. Ze verzorgt regelmatig medische assistentie binnen wetenschappelijke onderzoeken en heeft goede contacten binnen het universitaire ziekenhuis in Maastricht. “Ik hoefde niet lang na te denken over de vraag om mee te werken aan WOMB project. Dit soort onderzoek helpt niet alleen maar deze patiënten, maar draagt ook bij aan kennis en preventie in de toekomst. Daarbij sloot de vraag goed aan op mijn expertise en sprak de leefstijl-insteek van WOMB project me meteen aan.”

Niet-professionele omgeving

Linda besloot zich extra goed voor te bereiden op deze opdracht. “Ten eerste omdat het hier om kinderen gaat waarvan een deel nog nooit bloed heeft laten afnemen. Die wil je een zo positief mogelijke ervaring meegeven. Daarnaast was het thuis prikken een uitdaging. Normaal gesproken neem je bloed af in een prikpoli of ziekenhuis. Daar zijn dan allerlei voorzieningen aanwezig en de aanwezige assistenten ondersteunen wanneer een kind bijvoorbeeld angstig wordt of flauwvalt. In dit geval was ik alleen en nam ik bloed af in een niet-professionele omgeving, namelijk de huiskamer. Om niet voor vervelende situaties te komen staan, heb ik vooraf een duidelijk plan van aanpak gemaakt”.

Procedures goed doornemen

Zo nam Linda van tevoren met de ouders van het kind de procedures door. “Zo sprak ik bijvoorbeeld af dat het kind bij de moeder of vader op schoot zou zitten tijdens de bloedafname. Mocht het kind gaan bewegen, in de stress schieten of wegraken dan kon de ouder zo makkelijker assisteren. Ook maakte ik duidelijke afspraken over wat eventueel aanwezige zusjes of broertjes wel en niet mogen. Ik had standaard een matje met spullen waar niemand aan mocht komen. Op deze manier kon ik de juiste randvoorwaarden creëren voor een veilige bloedafname aan huis.” Voor de kinderen maakte Linda er een klein feestje van. Ze nam stressballetjes in de vorm van een doktersfiguurtje mee. Dit figuurtje, de grappende dokter Pollewop, zorgde voor een meer ontspannen communicatie met de kinderen. Ook kregen ze na de bloedafname een cadeautje.

Thuis relaxter

Waar vooraf nog enige spanning aanwezig was, bleek tijdens de afnames in de zomermaanden dat alles uitermate soepel verliep. “Ik ben erachter gekomen dat prikken in een thuissituatie eigenlijk heel goed werkt. De kinderen zijn in hun eigen omgeving en daardoor veel relaxter. Ik heb geen enkel kind schreeuwend of tegenstribbelend tegenover me gehad. De ouders hebben ook geweldig meegeholpen!” Na de afname gingen de bloedsamples in een gekoelde transportkoffer en moesten ze binnen twee uur in een regionaal laboratorium in de koeling liggen. Linda: “Ook daarvoor was een goede planning nodig, want als de tijd tussen afname en aankomst in het lab langer dan twee uur was, was het bloed waardeloos voor onderzoek. Gelukkig kwam ik niet in enorme files terecht en is ook dit gedeelte probleemloos verlopen.”

Rookvrij ziekenhuis

Linda kijkt tevreden terug op haar werkzaamheden voor WOMB project. “Bij WOMB project waren ze tevreden over mijn aanpak en de resultaten en ik kijk zelf ook met plezier terug op deze bijzondere opdracht met een geweldig team. Ik sta paraat voor een volgend project. Het is een droom van me om nog een keer een academisch ziekenhuis helemaal rookvrij te maken. Wie weet…”