Column Tessa Roseboom: “Gelijke kansen tussen mannen en vrouwen zijn essentieel”

Vandaag, 8 maart 2019, is het internationale vrouwendag. Een dag die ons allemaal aangaat. We zijn namelijk allemaal ons leven begonnen in het lichaam van een vrouw: onze moeder. 

De omgeving tijdens onze allerprilste ontwikkeling heeft ons voor een belangrijk deel gevormd tot wie we nu zijn. Effecten van voeding, stress, armoede, geweld, kruipen letterlijk onder onze huid, en dragen we de rest van ons leven mee. Een goed begin, ook in de buik van onze moeder, is meer dan het spreekwoordelijke halve werk.

Het is de beste garantie voor een goede ontwikkeling en gezondheid. Zolang ook vrouwen nog, vaker dan mannen, worden geconfronteerd met geweld, armoede, lagere lonen, onbetaalde banen en stress, dan is de start voor onze toekomstige generatie nog niet optimaal. Want zoals de moeder de omgeving is van het ongeboren kind, zo is de maatschappij de omgeving van de moeder.

Gelijke kansen voor mannen en vrouwen zijn essentieel: niet alleen voor vrouwen, maar voor toekomstige generaties, de mannen en vrouwen van de toekomst.

Leefstijlbegeleiding bij vrouwen met overgewicht en kinderwens leidt op de lange termijn tot minder calorie-inname

WOMB-onderzoekers Tessa van Elten (links op de foto) en Matty Karsten onderzochten het verband tussen leefstijlbegeleiding en calorie-inname bij vrouwen met overgewicht en een kinderwens. Hun onderzoeksresultaten werden deze week gepubliceerd in een wetenschappelijk tijdschrift. Hieronder lees je de samenvatting van het onderzoek en de conclusies.

Achtergrond van het onderzoek:

In eerder onderzoek zagen we dat vrouwen met ernstig overgewicht (obesitas) en een onvervulde kinderwens tijdens een leefstijlbegeleidingstraject minder calorierijke snacks en dranken consumeerden en meer lichamelijk actief waren. Ook hadden ze een verbeterde hartgezondheid en minder vaak last van het metabool syndroom.
Omdat het veranderen van onze leefstijl ontzettend ingewikkeld is, is er in dit onderzoek gekeken of een gezondere leefstijl een aantal jaar lang kon worden volgehouden na het stoppen van het leefstijlbegeleidingstraject.

Hoe werd het onderzoek uitgevoerd?

Vijf jaar nadat vrouwen mee hadden gedaan aan een leefstijlbegeleidingstraject (leefstijlbegeleidingsgroep) werden ze benaderd voor dit vervolgonderzoek. Ze vulden op een vragenlijst in wat ze aten en droegen bewegingsmeters. Ook werd hun Body Mass Index (BMI) gemeten. De gegevens werden vergeleken met de vrouwen die geen leefstijlbegeleidingstraject hadden gevolgd (controlegroep). In totaal deden 80 vrouwen uit de leefstijlbegeleidingsgroep en 95 vrouwen uit de controlegroep mee met dit vervolgonderzoek.

Wat kwam er uit het onderzoek?

Vijf jaar na het leefstijlbegeleidingstraject aten en dronken vrouwen in de leefstijlbegeleidingsgroep nog steeds minder calorieën dan vrouwen in de controlegroep. We vonden geen verschillen tussen beide groepen in de mate van lichamelijke activiteit. Verder zagen we wel dat vrouwen die tijdens het leefstijlbegeleidingstraject ten minste 5% van hun originele gewicht waren afgevallen ook 5 jaar later nog steeds een lagere BMI hadden.

Dit onderzoek laat zien dat een leefstijlbegeleidingstraject mogelijk duurzame effecten heeft bij vrouwen met een kinderwens.

Het onderzoek is onlangs gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift ‘International Journal of Behavioral Nutrition and Physical Activity (IJBNPA)’ en is volledig te lezen door hier te klikken.


Column: Waarom het jammer is dat de suikertaks (voorlopig) niet doorgaat

Het Nationale Preventieakkoord is een feit! Eind november ondertekenden de overheid en vele andere organisaties het stuk waarin afspraken staan om de gezondheid van Nederlanders te bevorderen. Het akkoord wil drie grote oorzaken van ziekte tegengaan: overmatig alcoholgebruik, roken en overgewicht. Op het overgewicht wil ik in deze column wat verder ingaan.

Afspraken

Er zijn verschillende afspraken gemaakt om overgewicht tegen te gaan. Bijvoorbeeld dat meer ziekenhuizen, sportclubs en scholen gezonde voeding aanbieden in hun kantines. Daarnaast is afgesproken dat mensen en kinderen met overgewicht meer ondersteuning op maat krijgen.

Suikertaks

Allemaal hartstikke goed natuurlijk, maar jammer genoeg is er van 1 maatregel die op de lijst stond afgezien: de zogenaamde suikertaks. Dit is een extra belasting op producten met veel suikers. Een veel gebruikte suikertaks is de zo genaamde frisdranktaks. In de landen om ons heen is deze al toegepast met duidelijk effect, namelijk minder verkoop en consumptie van frisdranken. Vervolgens ontvangt de staat hier extra belastinggeld voor, wat weer uitgegeven kan worden aan andere programma’s met hetzelfde doel.

Het aantal theelepels suiker (TSP) in ieder blikje of flesje, per frisdrank.

Geld

De invloed van de levensmiddelenindustrie is groot en zij heeft deze suikertaks tegen kunnen houden. Momenteel is het in de supermarkt nog altijd goedkoper een reep chocola te kopen dan een appel. Geld blijft een hele belangrijke drijfveer voor consument, maar ook de frisdrankproducenten hebben er geen baat bij als hun producten duurder worden.

Kleurcodes

Dan word ik wel blij van de vele supermarkten die hierin wél hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Steeds vaker zie ik kleurcodes onder producten die aangeven hoeveel suikers producten bevatten. Bij mij in de buurt zie ik deze codes inmiddels ook bij de schappen met kinderdrankjes en toetjes.

Voedselkeuzelogo

Een andere afspraak die gemaakt is in het Preventieakkoord is een nieuw voedselkeuzelogo. Ik hoop dat men in de toekomst gaat voor het logo dat het best onderzocht is en het beste te begrijpen is: het zo genoemde ‘stoplichtlogo’. Want wees eerlijk, de betekenis van de verschillende kleuren in een stoplicht snappen we allemaal.

Het zo genaamde ‘stoplicht logo’ voor voeding, zoals het in Groot-Brittannië al is ingevoerd.

Rond de feestdagen is het wat mij betreft trouwens wel lekker om het rode stoplicht even te negeren… 🙂

Fijne feestdagen en een goed, fit en gezond 2019!

Fitte kinderen zijn later gezonder; gewicht moeder tijdens zwangerschap speelt ook een rol

WOMB-onderzoeker Stijn Mintjens leidde een literatuurstudie en legde een link tussen fitheid bij kinderen en moeders tijdens de zwangerschap en de gezondheid van deze kinderen in hun latere leven. In dit blogartikel schrijft hij over de bevindingen van hem en zijn collega’s.

Zo’n beetje iedereen zegt dat je fit moet zijn om gezond te zijn, maar wat is fit zijn dan? Kan je fitheid meten? En als je het kunt meten, hoe goed kan fitheid dan gezondheid voorspellen? Ik wilde heel graag weten of fittere kinderen minder risico’s lopen om hart- en vaatziekten te krijgen als ze ouder zijn, dat moest toch vast al vaker onderzocht zijn? Onderzocht was het wel, maar veel onderzoeken bleken elkaar tegen te spreken dus ik had nog steeds geen antwoord.

Daarom besloot ik samen met enkele andere onderzoekers alle wetenschappelijke artikelen over fitheid bij kinderen bij elkaar te nemen en de resultaten samen te vatten. Nadat we ruim 7500 artikelen hadden bekeken bleken er 38 nuttig voor ons en die hebben we beschreven in een eigen artikel.

Overgewicht kinderen voorkomen

Fitheid kan je op allerlei manieren meten, maar wij wilden weten hoe goed het hart en de longen het lichaam van zuurstof kunnen voorzien tijdens inspanning van langere duur. Het ging ons dus niet om pure spierkracht of sprinten. Het beste voorbeeld is misschien wel de 20 meter shuttle run test, ook wel piepjes test genoemd, die velen wel zullen kennen van school. Je rent heen en weer tussen twee lijnen 20 meter van elkaar af, en je moet voor het piepje aan de overkant zijn.

De tijd om de overkant te halen wordt steeds korter en het rennen wordt dus steeds zwaarder. Zo’n zelfde soort inspanning kan je ook doen met allerlei meetapparatuur op een loopband, zo lang je maar meet wat iemands maximale voor inspanning kan doen.

Fitte kinderen: later gezonder

Uit onze samenvatting van 38 onderzoeken bleek dat kinderen en tieners met een betere fitheid 2 tot 25 jaar later een lagere body mass index (BMI), heupomtrek, vetpercentage, en minder risico op metaboolsyndroom hadden. Maar we vonden geen sterk bewijs voor lagere bloeddruk, cholesterol of glucose en insulinewaarden. Ondanks dat het bewijs van veel onderzoeken niet sterk was, bleek uit geen van de onderzoeken dat goede fitheid tot slechtere gezondheid leidt.

Helaas waren de onderzoeken erg lastig te combineren doordat ze veel verschillende metingen gebruikten en veel onderzoeken hielden geen rekening met het gewicht van het kind. Desondanks weten we dankzij deze samenvatting van onderzoeken dat betere fitheid bij kinderen en tieners lijkt bij te dragen aan minder risico op overgewicht en hart- en vaatziekten later in het leven. En is het dus belangrijk om goed op kinderen die laag scoren op fitheid testen te letten.

Gewicht tijdens zwangerschap

Nu we beter weten dat fitheid belangrijk is voor je gezondheid, wilden we ook graag weten wat bepaalt of je wel of niet fit bent. Het logische antwoord is natuurlijk of je veel of weinig sport, en natuurlijk is bewegen heel belangrijk om fitter te worden, maar het is niet het enige. Sommige mensen reageren heel goed op sporten en scoren veel beter op fitheidstesten na een paar weken exact hetzelfde trainen dan andere mensen, hoe kan dat? Misschien is de omgeving in de baarmoeder tijdens de aanleg van het hart en longen en de spieren wel belangrijk voor je fitness niveau.

Om dit te onderzoeken hebben bijna 200 kinderen op 8 jarige leeftijd in het Olympisch Stadion van Amsterdam de 20 meter shuttle run test gedaan en een week lang een beweegmeter gedragen. Zo wisten we precies hun fitheid en hoeveel ze bewegen, sporten, én stil zaten. Wat blijkt, als de moeder voor en tijdens de zwangerschap overgewicht of obesitas had, dan waren hun kinderen een stuk minder fit. Dit konden we niet verklaren door hun eigen vetpercentage of hoeveel ze bewegen.

Kortom, het gewicht van de moeder tijdens de zwangerschap bepaalt voor een deel hoe goed een kind op een fitheid test scoort. Zoals hierboven beschreven, slechtere fitheid leidt tot hoger risico om later overgewicht te krijgen, dus overgewicht voorkomen voordat een vrouw zwanger wordt kan helpen bij het verbeteren van fitheid én mogelijk overgewicht en hart- en vaatziekten helpen voorkomen.

De resultaten van deze onderzoeken zijn gepubliceerd in twee internationale tijdschriften:

Cardiorespiratory Fitness in Childhood and Adolescence Affects Future Cardiovascular Risk Factors: A Systematic Review of Longitudinal Studies.

Mintjens S, Menting MD, Daams JG, van Poppel MNM, Roseboom TJ, Gemke RJBJ.
Sports Med. 2018 Aug 24. http://doi.org/10.1007/s40279-018-0974-5 

Maternal Prepregnancy Overweight and Obesity Are Associated with Reduced Physical Fitness But Do Not Affect Physical Activity in Childhood: The Amsterdam Born Children and Their Development Study
Stijn Mintjens, Reinoud J.B.J. Gemke, Mireille N.M. van Poppel, Tanja G.M. Vrijkotte, Tessa J. Roseboom, and Arend W. van Deutekom. Childhood Obesity. 2018 oct 2. http://doi.org/10.1089/chi.2018.017

Onderzoek: succesfactoren in het veranderen van leefstijl

WOMB-onderzoeker Matty Karsten deed onderzoek naar factoren die bepalend zijn in al dan niet succesvol verbeteren van leefstijl. In  dit onderzoek is er gekeken of er specifieke factoren bestaan die verklaren welke vrouwen succesvol zijn in het veranderen van hun leefstijl. Het onderzoek is uitgevoerd onder een groep vrouwen die ernstig overgewicht hadden en moeilijk zwanger konden worden (subfertiel). Alle vrouwen hadden meegedaan aan een leefstijlbegeleidingstraject van zes maanden om gezonder te gaan eten, meer te gaan bewegen en af te vallen. Alle vrouwen probeerden zwanger te worden en het leefstijlbegeleidingstraject werd gestart voorafgaand aan de zwangerschap. 

Tijdens het onderzoek is gekeken naar verschillende biologische-, fysieke-, psychologische-, demografische- en gedragsfactoren. In het onderzoek is er naar verschillende uitkomsten gekeken:

  • Succesvol gewichtsverlies tijdens het leefstijlbegeleidingstraject (meer dan 5% van hun aanvankelijke lichaamsgewicht)
  • Mate van gewichtsverlies
  • Energie-inname
  • Hoeveelheid lichaamsbeweging
  • Het al dan niet succesvol afronden van het leefstijlbegeleidingstraject

Dit leidde tot de volgende conclusies:

  • Vrouwen die hoger scoorden op extern eetgedrag, wat kan worden uitgelegd als eten in reactie op externe prikkels zoals het zien en ruiken van voedsel, hadden een grotere kans om succesvol gewicht te verliezen tijdens het leefstijlbegeleidingstraject.
  • Vrouwen die in het verleden al een diëtist hadden bezocht, verloren tijdens het  leefstijlbegeleidingstraject minder gewicht (0.94 kilogram) dan vrouwen die nog nooit een diëtist hadden bezocht. Het kan zijn dat deze vrouwen te weinig extra aanknopingspunten kregen tijdens het leefstijlbegeleidingstraject bovenop de adviezen die zij al eerder hadden gehad om hun leefstijl daadwerkelijk aan te passen. Ook kan het zijn dat er bij deze vrouwen andere onderliggende factoren meespeelden, zoals een laag zelfbeeld, gebrek aan motivatie of een traumatische voorgeschiedenis, en dat deze vrouwen daarom behoefte hebben aan een ander type leefstijlbegeleidingstraject.
  • Verder hadden vrouwen met hogere self-efficacy, de mate van zelfvertrouwen waarover iemand beschikt bij de inschatting of een bepaalde taak tot een goed einde komt, een lagere energie-inname in vergelijking met vrouwen die een lagere self-efficacy hadden.
  • Vrouwen met een oudere partner hadden een hogere energie-inname, dit resultaat was niet geheel te verklaren, maar zou kunnen worden verklaard doordat vrouwen en hun partners vaak dezelfde soort leefstijlgewoonten aanhouden en hoe vergelijkbaar partners zijn in hun leefstijl verschilt vaak per leeftijdsgroep.
  • Verder zagen de onderzoekers dat vrouwen die al meer voorbereidend gedrag vertoonden om hun bewegingspatroon aan te passen ook daadwerkelijk meer bewogen tijdens het leefstijlbegeleidingstraject dan vrouwen die dit gedrag niet vertoonden.
  • Tot slot zagen ze dat vrouwen die al  die al meer voorbereidend gedrag vertoonden om gewicht te verliezen, ook het leefstijlbegeleidingstraject vaker af maakten en niet uitvielen.

Uit verder onderzoek zal moeten blijken of de gevonden factoren ook in ander onderzoeken  kunnen worden bevestigd. Het onderzoek kan op termijn bijdragen om meer ‘op maat gemaakte oplossingen’ aan te kunnen bieden voor vrouwen die deelnemen aan leefstijlbegeleidingstrajecten.

Het artikel is gepubliceerd in de European Journal of Nutrition en is via de volgende link te lezen: https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs00394-018-1798-7.pdf

WOMB symposium lied over onvervulde kinderwens

Tijdens het WOMB symposium op 7 september 2018 zongen Margreet Ridder en Jelke Smit het lied “voor alle moeders die hun kind nooit zagen”. Dit lied gaat over het leed van de onvervulde kinderwens en was speciaal voor het symposium geschreven. We hebben de opname van het optreden op veler verzoek hier op ons blog gepubliceerd.