Tessa Roseboom bezoekt donateurs Hartstichting met onderzoeksbus WOMB project

Het onderzoek met de Hart voor een Goede Start-bus is afgerond. We hebben ruim een rondje om de aarde gereden om de onderzoeken op locatie voor WOMB project mogelijk te maken. Deze week mocht Tessa Roseboom, coördinator van WOMB project, voor het eerst zélf met de bus op pad om donateurs van de Hartstichting te bezoeken. Tessa vertelde hen over het belangrijke wetenschappelijke onderzoek dat de Hartstichting mogelijk maakt.

Ook vertelde Tessa de donateurs hoe een gedurfde keuze van de Hartstichting, door een onderzoek naar baby’s uit de Hongerwinter te financieren, inmiddels heeft geleid tot veel kennis over het belang van een goede start. Kennis die vertaald wordt naar beleid. Tessa liet Hartstichting-directeur Floris Italianer en de donateurs onze onderzoeksbus zien, zodat hij met eigen ogen kon aanschouwen dat het geld goed terecht is gekomen. Deze onderzoeksbus hebben wij te danken aan de Hartstichting die het onderzoek binnen WOMB project mogelijk maakt, en aan Opel Nederland die een bijdrage aan de bus leverde.

Maar… we zijn als WOMB project vooral veel dank verschuldigd aan alle deelnemende vrouwen en kinderen! Dankzij jullie leren we meer over het hart van vrouwen en kinderen, en hoe we dat gezond houden.

Tessa Roseboom presenteert nieuw boek: ‘De Eerste 1000 Dagen’

WOMB project-coördinator Tessa Roseboom heeft deze week een nieuw boek gepresenteerd over het grote belang van de eerste 1000 dagen van een mensenleven. Diverse media besteedden aandacht aan de presentatie van het boek, waaronder RTL Nieuws. “Als een kind zich in de eerste twee jaar van zijn leven niet goed ontwikkelt, heeft hij daar zijn leven lang last van.” Dit zegt hoogleraar Tessa Roseboom van de Universiteit van Amsterdam. En de politiek is het ermee eens. Nog dit jaar komt minister Hugo de Jonge met plannen om te investeren in de allerjongsten. Tessa Roseboom legt je uit waarom die eerste duizend dagen zo belangrijk zijn.

Bron: RTL Nieuws

Subsidie toegekend aan kinderarts/onderzoeker WOMB project

Goed nieuws voor WOMB project! Arts/onderzoeker Arend van Deutekom (33) heeft een subsidie toegekend gekregen voor zijn onderzoek naar gezondheid van hart en bloedvaten bij kinderen. Hiermee kan hij een waardevolle bijdrage leveren aan de nieuwe fase van WOMB project.

Dankzij de subsidie kan Arend het hart- en vaatstelsel bij kinderen onderzoeken die ook meededen aan de eerste fase van WOMB project. Hij gaat echo’s en MRI’s maken bij kinderen om de conditie van hun hart- en vaatstelsel te meten. Denk hierbij aan het meten van de elasticiteit van bloedvaten, bloeddruk en conditie van de halsslagader. Deze kinderen en hun moeders werden de afgelopen 2 jaar aan huis bezocht door de Wetenschapsbus.

Blijvende effecten

Arend: “Ik onderzoek in het AMC kinderen van 6 of 7 jaar oud van moeders met overgewicht die moeite hadden met zwanger worden. Ik wil uitzoeken of leefstijlverbetering tijdens de zwangerschap een positieve invloed heeft gehad op de latere gezondheid van het kind, of omgekeerd. We onderzoeken dus of een gezonde – of minder gezonde- leefstijl van de moeder blijvende effecten laat zien. Niet alleen voor haarzelf, maar ook voor haar nageslacht.”

Het interieur van de Wetenschapsbus waarin de kinderen en hun moeders eerder werden onderzocht tijdens de eerste fase van WOMB project.

Kindercardioloog

De jonge kinderarts/onderzoeker is blij met de subsidie: “Ik kan nu één volledige dag per week besteden aan onderzoek, naast mijn werk als kinderarts en dat is erg fijn.” Arend is gepromoveerd op overgewicht (obesitas) bij kinderen en doet nu een aanvullende opleiding tot kindercardioloog. Het onderzoek voor WOMB project sluit dan ook uitstekend aan bij zijn expertisegebied.

Talentvolle postdocs

Het gaat om een persoonsgebonden subsidie voor talentvolle postdocs (onderzoekers) vanuit Amsterdam Reproduction & Development. Dit is een gezamenlijk onderzoeksinstituut van het AMC en VUMC dat zich inzet voor meer kennis rondom vruchtbaarheid, zwangerschap en gezonde ontwikkeling van kinderen. Arend wil in januari 2018 de ouders en hun kinderen benaderen om mee te doen. De metingen starten dan naar verwachting in april.

WOMB project in de schijnwerpers tijdens Rotterdams congres DOHaD2017

Nieuwe studie: zwanger sporten en diëten is gezond

Opnieuw is er bewijs voor de positieve effecten van bewegen en een goed dieet volgen tijdens de zwangerschap. Gezond eten en bewegen blijken ook voor zwangere vrouwen – én hun kinderen- aantoonbaar positief uit te werken.

Lees meer

2016-10-31-etikettering-stoplicht-groot-brittannie

Het ‘vinkje’ is terecht afgeschaft. Maar wat moet er voor in de plaats komen?

COLUMN VAN VOEDINGSKUNDIGE MATTY KARSTEN – De minister schaft het ‘Ik Kies Bewust-vinkje’ op voedingsmiddelen af. Ongeveer tien jaar geleden werd het vinkje ingevoerd, maar een succes werd het nooit.Wat mij betreft is de afschaffing van het vinkje terecht. De vraag is nu wel: moet er iets anders voor in de plaats komen en, zo ja, wat dan?

Waar stond ‘het vinkje’ voor?
Om als fabrikant van een voedingsmiddel een vinkje op je product te mogen afdrukken, moest dat product aan een aantal criteria voldoen. Het doel was om het aanbod aan voedingsmiddelen minder zoet (minder toegevoegde suikers), zout en vet (minder ongezonde vetten) te maken. Doel: meer gezonde producten in de schappen. Daarnaast wilde de Stichting Ik Kies Bewust het voor de consument makkelijker maken om binnen iedere productgroep een gezondere keuze te maken. Producten met een vinkje stonden voor een ‘betere keuze’ binnen een bepaalde productgroep. Er waren twee soorten vinkjes: het vinkje met een groene cirkel voor een ‘betere keuze’ op gezonde basisproducten en het vinkje met de blauwe cirkel voor een ‘betere keuze’ binnen de niet-basisproducten, zoals bijvoorbeeld tussendoortjes.

Verwarring bij de consument
Dit laatste zorgde juist ook voor verwarring in de supermarkt omdat het vinkje ook op niet-basisproducten terug te vinden was, als bijvoorbeeld tussendoortjes of frituurolie. Producten die dus niet heel gezond zijn, maar volgens het vinkje wel een ‘betere keuze’ binnen de productgroep. De Consumentenbond deed in maart van dit jaar al een onderzoek naar het vinkje onder meer dan 1000 panelleden. Hier uit kwam dat er veel onduidelijkheid is rondom het doel van het vinkje en het maken van gezondere voedselkeuzes op basis van dat logo.

Het vinkje stond niet op alle voedingsmiddelen
Naast de onduidelijkheid voor de consument over de betekenis van het vinkje, is het ook verwarrend dat het logootje niet op alle voedingsmiddelen staat. Dit komt omdat levensmiddelenfabrikanten moeten betalen om het vinkje op hun product te mogen zetten. Het zijn dan ook met name producten van Unilever, Friesland Campina en Albert Heijn die de vinkjes op hun producten hebben staan. Hierdoor is het voor consumenten niet duidelijk hoe ze soortgelijke producten zonder vinkje moeten beoordelen.

App als alternatief voor het vinkje
Het vinkje zal in Nederland opgevolgd worden door een app die in de loop van volgend jaar wordt ingevoerd. Hiermee krijgen consumenten toegespitste informatie over producten te zien, zoals bijvoorbeeld extra informatie voor mensen met allergieën of een hoog cholesterol. Omdat hiermee nog steeds niet in één oogopslag te zien in wat er in het product zit verwacht ik dat dit systeem niet voor veel verheldering zal zorgen.

Op naar één duidelijk systeem: het stoplichtensysteem
Er moet één duidelijk systeem komen dat wordt ingevoerd voor álle voedingsmiddelen die in Nederland verkrijgbaar zijn. Een voorbeeld van een duidelijk systeem waarmee in één oogopslag te zien is hoe een product scoort (laag/gemiddeld/hoog) ten aanzien van vet, suiker, zout en calorieën is het stoplichtensysteem dat in Engeland is ingevoerd. Hiermee is ook gelijk te zien hoeveel procent je met een portie van dit product binnen krijgt ten opzichte van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid.

De reden waarom zo’n stoplichtensysteem nog niet is ingevoerd in Nederland of in de rest van de EU is omdat dit door het Europees parlement moet worden goedgekeurd. Er zijn een aantal levensmiddelenbedrijven die binnen het Europees parlement de invoer hiervan al meerdere keren hebben tegengehouden. Om de onduidelijkheid te stoppen en consumenten eerlijk voor te lichten over wat ze eten moeten alle partijen samenwerken. En als dit niet gebeurt, dan is het wellicht goed om als overheid een standpunt in te nemen en de informatie op onze voedingslabels niet langer af te laten hangen van vrijwilligheid. Laten we ons met zijn allen hard maken voor een duidelijk systeem waaraan álle producten en fabrikanten verplicht mee doen. Alleen zo kunnen we werkelijk inzicht krijgen in wat we eten.