Leefstijlbegeleiding bij vrouwen met overgewicht en kinderwens leidt op de lange termijn tot minder calorie-inname

WOMB-onderzoekers Tessa van Elten (links op de foto) en Matty Karsten onderzochten het verband tussen leefstijlbegeleiding en calorie-inname bij vrouwen met overgewicht en een kinderwens. Hun onderzoeksresultaten werden deze week gepubliceerd in een wetenschappelijk tijdschrift. Hieronder lees je de samenvatting van het onderzoek en de conclusies.

Achtergrond van het onderzoek:

In eerder onderzoek zagen we dat vrouwen met ernstig overgewicht (obesitas) en een onvervulde kinderwens tijdens een leefstijlbegeleidingstraject minder calorierijke snacks en dranken consumeerden en meer lichamelijk actief waren. Ook hadden ze een verbeterde hartgezondheid en minder vaak last van het metabool syndroom.
Omdat het veranderen van onze leefstijl ontzettend ingewikkeld is, is er in dit onderzoek gekeken of een gezondere leefstijl een aantal jaar lang kon worden volgehouden na het stoppen van het leefstijlbegeleidingstraject.

Hoe werd het onderzoek uitgevoerd?

Vijf jaar nadat vrouwen mee hadden gedaan aan een leefstijlbegeleidingstraject (leefstijlbegeleidingsgroep) werden ze benaderd voor dit vervolgonderzoek. Ze vulden op een vragenlijst in wat ze aten en droegen bewegingsmeters. Ook werd hun Body Mass Index (BMI) gemeten. De gegevens werden vergeleken met de vrouwen die geen leefstijlbegeleidingstraject hadden gevolgd (controlegroep). In totaal deden 80 vrouwen uit de leefstijlbegeleidingsgroep en 95 vrouwen uit de controlegroep mee met dit vervolgonderzoek.

Wat kwam er uit het onderzoek?

Vijf jaar na het leefstijlbegeleidingstraject aten en dronken vrouwen in de leefstijlbegeleidingsgroep nog steeds minder calorieën dan vrouwen in de controlegroep. We vonden geen verschillen tussen beide groepen in de mate van lichamelijke activiteit. Verder zagen we wel dat vrouwen die tijdens het leefstijlbegeleidingstraject ten minste 5% van hun originele gewicht waren afgevallen ook 5 jaar later nog steeds een lagere BMI hadden.

Dit onderzoek laat zien dat een leefstijlbegeleidingstraject mogelijk duurzame effecten heeft bij vrouwen met een kinderwens.

Het onderzoek is onlangs gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift ‘International Journal of Behavioral Nutrition and Physical Activity (IJBNPA)’ en is volledig te lezen door hier te klikken.


Onderzoek: succesfactoren in het veranderen van leefstijl

WOMB-onderzoeker Matty Karsten deed onderzoek naar factoren die bepalend zijn in al dan niet succesvol verbeteren van leefstijl. In  dit onderzoek is er gekeken of er specifieke factoren bestaan die verklaren welke vrouwen succesvol zijn in het veranderen van hun leefstijl. Het onderzoek is uitgevoerd onder een groep vrouwen die ernstig overgewicht hadden en moeilijk zwanger konden worden (subfertiel). Alle vrouwen hadden meegedaan aan een leefstijlbegeleidingstraject van zes maanden om gezonder te gaan eten, meer te gaan bewegen en af te vallen. Alle vrouwen probeerden zwanger te worden en het leefstijlbegeleidingstraject werd gestart voorafgaand aan de zwangerschap. 

Tijdens het onderzoek is gekeken naar verschillende biologische-, fysieke-, psychologische-, demografische- en gedragsfactoren. In het onderzoek is er naar verschillende uitkomsten gekeken:

  • Succesvol gewichtsverlies tijdens het leefstijlbegeleidingstraject (meer dan 5% van hun aanvankelijke lichaamsgewicht)
  • Mate van gewichtsverlies
  • Energie-inname
  • Hoeveelheid lichaamsbeweging
  • Het al dan niet succesvol afronden van het leefstijlbegeleidingstraject

Dit leidde tot de volgende conclusies:

  • Vrouwen die hoger scoorden op extern eetgedrag, wat kan worden uitgelegd als eten in reactie op externe prikkels zoals het zien en ruiken van voedsel, hadden een grotere kans om succesvol gewicht te verliezen tijdens het leefstijlbegeleidingstraject.
  • Vrouwen die in het verleden al een diëtist hadden bezocht, verloren tijdens het  leefstijlbegeleidingstraject minder gewicht (0.94 kilogram) dan vrouwen die nog nooit een diëtist hadden bezocht. Het kan zijn dat deze vrouwen te weinig extra aanknopingspunten kregen tijdens het leefstijlbegeleidingstraject bovenop de adviezen die zij al eerder hadden gehad om hun leefstijl daadwerkelijk aan te passen. Ook kan het zijn dat er bij deze vrouwen andere onderliggende factoren meespeelden, zoals een laag zelfbeeld, gebrek aan motivatie of een traumatische voorgeschiedenis, en dat deze vrouwen daarom behoefte hebben aan een ander type leefstijlbegeleidingstraject.
  • Verder hadden vrouwen met hogere self-efficacy, de mate van zelfvertrouwen waarover iemand beschikt bij de inschatting of een bepaalde taak tot een goed einde komt, een lagere energie-inname in vergelijking met vrouwen die een lagere self-efficacy hadden.
  • Vrouwen met een oudere partner hadden een hogere energie-inname, dit resultaat was niet geheel te verklaren, maar zou kunnen worden verklaard doordat vrouwen en hun partners vaak dezelfde soort leefstijlgewoonten aanhouden en hoe vergelijkbaar partners zijn in hun leefstijl verschilt vaak per leeftijdsgroep.
  • Verder zagen de onderzoekers dat vrouwen die al meer voorbereidend gedrag vertoonden om hun bewegingspatroon aan te passen ook daadwerkelijk meer bewogen tijdens het leefstijlbegeleidingstraject dan vrouwen die dit gedrag niet vertoonden.
  • Tot slot zagen ze dat vrouwen die al  die al meer voorbereidend gedrag vertoonden om gewicht te verliezen, ook het leefstijlbegeleidingstraject vaker af maakten en niet uitvielen.

Uit verder onderzoek zal moeten blijken of de gevonden factoren ook in ander onderzoeken  kunnen worden bevestigd. Het onderzoek kan op termijn bijdragen om meer ‘op maat gemaakte oplossingen’ aan te kunnen bieden voor vrouwen die deelnemen aan leefstijlbegeleidingstrajecten.

Het artikel is gepubliceerd in de European Journal of Nutrition en is via de volgende link te lezen: https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs00394-018-1798-7.pdf

Onderzoek: meer seks en betere vaginale vochtigheid na leefstijlverbetering

Een gezonde leefstijl blijkt niet alleen goed om overgewicht tegen te gaan en allerlei ziekten te voorkomen, maar zorgt ook voor een betere seksuele gezondheid. Dat blijkt uit onderzoek van WOMB project-wetenschappers Vincent Wekker en Matty Karsten. Vrouwen met ernstig overgewicht die onder begeleiding meer bewogen, gezonder gingen eten en gewicht kwijtraakten, hadden daarna vaker seks en een betere vaginale vochtigheid. Deze positieve effecten waren vijf jaar later nog aanwezig. De bevindingen van Wekker en Karsten zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke magazine PLOS One.

Achtergrond van het onderzoek:

Ernstig overgewicht (obesitas) en onvruchtbaarheid hebben een negatief effect op seksuele gezondheid. We hebben in een eerder onderzoek aangetoond dat een leefstijlbegeleidingstraject, bij vrouwen die een onvervulde kinderwens hebben en kampen met obesitas, leidt tot gewichtsverlies. Als gevolg van het gewichtsverlies verbeterde daarnaast ook de hart- en vaat gezondheid en de kwaliteit van leven van deze vrouwen. Doordat deze factoren allemaal samenhangen met de seksuele gezondheid, wilden wij onderzoeken of een leefstijlbegeleidingstraject de seksuele gezondheid zou verbeteren bij vrouwen met obesitas en een onvervulde kinderwens.

Hoe werd het onderzoek uitgevoerd?

In totaal werden 577 vrouwen, tussen de 18 en 39 jaar oud, met vruchtbaarheidsproblemen en een Body Mass Index ≥29 kg/m2 verdeeld over twee gelijke groepen. De interventie groep kreeg een leefstijlbegeleidingstraject aangeboden van 6 maanden, alvorens te starten met vruchtbaarheidsbehandelingen om zwanger te worden. Het leefstijlbegeleidingstraject was gericht op afvallen door middel van meer bewegen en gezonder eten. De controle groep, kreeg geen leefstijlbegeleiding, maar kon direct starten met vruchtbaarheidsbehandelingen. Vijf jaar later vroegen wij de vrouwen gevraagd of zij een vragenlijst wilde invullen over hun seksuele gezondheid. Uiteindelijk wilden 84 vrouwen uit de leefstijlbegeleidingsgroep en 93 vrouwen uit de controlegroep deze vragenlijst invullen.

Wat kwam er uit het onderzoek?

De vrouwen in de leefstijlbegeleidingsgroep gaven aan dat ze in de afgelopen 4 weken vaker geslachtsgemeenschap hadden gehad dan de vrouwen in de controlegroep. Ook gaven zij aan een betere vochtigheid te ervaren tijdens geslachtsgemeenschap en scoorden zij een hoger aantal punten op hun algehele seksuele gezondheid op basis van de volledige vragenlijst.  Seksuele interesse, seksuele tevredenheid, orgasme en tevredenheid met hun intieme partner verschilden niet tussen de groepen. In een uitgebreidere analyse van de resultaten werd gevonden dat ongeveer 21% van het verschil in seksuele gezondheid tussen beiden groepen werd veroorzaakt door het feit dat vrouwen die de leefstijlbegeleiding ondergingen lichamelijk actiever waren.

Wat is de conclusie van het onderzoek?

Vrouwen met obesitas en een onvervulde kinderwens die een leefstijlbegeleidingstraject van zes maanden ondergaan hebben vijf jaar later vaker geslachtsgemeenschap, ervaren een betere vaginale vochtigheid en scoren hoger op hun algehele seksuele gezondheid op basis van de volledige vragenlijst.

Het onderzoek is onlangs in het wetenschappelijke tijdschrift PLOS ONE gepubliceerd en is volledig te lezen (Engels) door hier te klikken.

Vitamine D: wat is het en wat doet het?

Vitamines zijn nuttige stofjes (micro-nutriënten) die allerlei gezondheidseffecten hebben op het menselijk lichaam. Eén van de meest opvallende telgen uit de vitaminefamilie is vitamine D. Deze vitamine werkt bijvoorbeeld vóór stevige botten en tegen depressie en zwangerschapsvergiftiging.

Lees meer

Onderzoek: Vaker gedragsproblemen bij kinderen van moeders met (ernstig) overgewicht

Moeders die al voor hun zwangerschap obesitas of (ernstig) overgewicht hadden, blijken 50% meer kans te hebben op een kind met gedragsproblemen. Daarnaast blijken kinderen van zwaarlijvige moeders tevens een grotere kans te hebben op slechter cognitief functioneren. Dit blijkt uit onderzoek van WOMB project waarvan de resultaten recent verschenen in het wetenschappelijke tijdschrift Early Human Development.

Een groep moeders en kinderen in Amsterdam werden jaren gevolgd (zie: www.abcd-studie.nl). Uit de gegevens blijkt dat er een link is tussen het gewicht van moeders en gedragsproblemen bij kinderen op 5-jarige leeftijd. De kinderen van obese moeders, en in mindere mate ook kinderen van moeders met overgewicht, zijn vaker hyperactief, kunnen moeilijker hun aandacht ergens bij houden en hebben vaker problemen met klasgenoten. Deze link wordt in meer internationale onderzoeken gezien. Nu blijkt dat dit ook voor Nederlandse kinderen geldt. Tevens zien we een iets slechter cognitief functioneren bij kinderen van zwaarlijvige moeders.

Verschillende factoren

Er is bij dit onderzoek rekening gehouden met veel verschillende factoren die dit verband kunnen verklaren, zoals opleidingsniveau van de moeder, roken of alcohol gebruik tijdens de zwangerschap, psychische problemen bij zowel de vader als de moeder en het BMI van het kind zelf. Deze factoren bleken niet de oorzaak te zijn van het gevonden verband. Wat dan wél de oorzaak is, is nog niet duidelijk. Deze zou kunnen liggen in problemen rondom de zwangerschap: obese vrouwen hebben vaker gezondheidsproblemen, zoals zwangerschapsdiabetes. Ook blijken obese vrouwen vaker meer glucose, insuline en ontstekingscellen in hun bloed te hebben dan vrouwen met een gezond gewicht. Het is bekend dat deze factoren de ontwikkeling van de hersenen van het toekomstige kind kunnen beïnvloeden.

Nader onderzoek

Maar, misschien ligt de oorzaak ergens anders. Dat kunnen we niet aan de hand van dit onderzoek zeggen. Op dit moment zijn we via dierstudies aan het bekijken om te onderzoeken of obesitas zelf de oorzaak kan zijn of dat we de oorzaak van dit verband heel ergens anders moeten zoeken.

 

‘Gezond dik’: bestaat dat?

Overgewicht is een onderwerp dat je vaak tegenkomt in onze blogs en op onze website. Lichaamsgewicht speelt namelijk een belangrijke rol in het WOMB project, en dan vooral een gezonde leefstijl en je goed voelen in je eigen lichaam. Een gezonde leefstijl en gewicht geeft minder kans op allerlei verschillende ziekten. Toch staat er regelmatig in tijdschriften, wetenschapsbijlagen van kranten of op internet dat er ook gezonde zware mensen zijn. Hoe zit dit nu precies? Is dit waar of een fabel?

Metabool gezonde obesitas

Wie een BMI van 30 kg/m2 of hoger heeft, lijdt aan obesitas. Je kunt dit uitrekenen door je gewicht te delen door je lengte in het kwadraat. Wanneer je obesitas hebt, heb je een grotere kans op  ziektes zoals het metabool syndroom, type 2 diabetes en hart- en vaatziekten. Een belangrijke schakel tussen obesitas en de hiergenoemde ziekten is je metabole gezondheid. Een persoon die als metabool gezond wordt gezien, heeft bijvoorbeeld een normale hoeveelheid bloedsuiker en gezonde cholesterolwaarden. Overgewicht en obesitas gaan vaak samen met abnormale, en dus ongezonde, metabole waarden. Zo’n vijftien jaar geleden is uit onderzoek echter gebleken dat er ook obese mensen zijn die gezonde metabole waarden hebben: ‘metabool gezonde obesitas’ dus.

Te dik en toch gezond?

Dat is mooi, want het kan dus zomaar zijn dat je ernstig overgewicht hebt maar alsnog hartstikke gezond bent, toch? Helaas is dit niet zo, en wel om meerdere redenen. Allereerst is er binnen de wetenschap geen duidelijke overeenstemming over wanneer iemand nu metabool gezonde obesitas heeft en wanneer niet. In het ene onderzoek worden bijvoorbeeld andere afkappunten voor bloedwaarden aangehouden dan in het andere onderzoek. Een duidelijke definitie is nodig om goed onderzoek te kunnen doen naar gezondheidseffecten.

Geen vaststaand gegeven

Ten tweede, en hier zijn verschillende onderzoeken het over eens: metabole gezondheid is geen vaststaand gegeven. Je kunt dus nu metabool gezien gezond zijn, maar over een paar jaar metabool ongezond zijn en hierdoor dus alsnog een groot risico hebben op allerlei ziekten, vooral wanneer er al sprake is van ernstig overgewicht. In studies waarin metabool gezonde obese mensen voor langere tijd zijn gevolgd, werd deze ‘gezonde’ groep steeds kleiner over de jaren.

Waarmee vergelijken

Verder is er veel discussie of metabool gezond obese mensen ook echt gezond genoemd mogen worden. Hoewel zij minder risico hebben op hart- en vaatziekten in vergelijking tot personen met metabool ongezonde obesitas, hebben ze steeds  een verhoogd risico in vergelijking met metabool gezonde mensen die een gezond gewicht hebben. Het is dus maar net hoe je de vergelijking maakt. Als je deels ongezonde mensen vergelijkt met nog ongezondere mensen, dan komen de deels ongezonde mensen er uiteraard beter uit. Maar vergelijk je dezelfde groep met volledig gezonde mensen, dan ziet het er ineens een stuk minder positief uit.

Tot slot: de gevolgen van zwaar overgewicht reiken veel verder dan alleen metabole gezondheid. Denk aan gewrichtsklachten, verstoorde hormoonhuishouding, vruchtbaarheidsproblemen en een hogere kans op een depressie.

Conclusie: misleidende naam

Als we alles dus op een rij zetten, kunnen we concluderen dat metabool gezonde obesitas eigenlijk helemaal niet zo gezond is als de naam doet vermoeden.

  1. Het is een relatief nieuw begrip waar nog veel onderzoek naar gedaan moet worden.
  2. Eenmaal metabool gezond is geen garantie voor de toekomst.
  3. Het is maar net met welke groep mensen je de vergelijking maakt.
  4. De gevolgen van obesitas gaan verder dan alleen de metabole gezondheid.

Wat mij betreft kunnen we stellen dat metabool gezonde obesitas een misleidende term is. Wat we absoluut zeker weten: een gezonde leefstijl, gezond eten en voldoende beweging zijn ontzettend belangrijk voor een gezond lichaam.

 

 

Gebruikte bronnen:

C.M. Phillips. Metabolically healthy obesity: definitions, determinants and clinical implications. Rev Endocr Metab Disord. 2013 Sep;14(3):219-27.

  1. Muñoz-Garach, I. Cornejo-Pareja, F.J. Tinahones. Does Metabolically Healthy Obesity Exist? Nutrients. 2016 Jun 1;8(6).

J.V. van Vliet-Ostaptchouk, M.L. Nuotio, S.N Slagter, D. Doiron, et al. The prevalence of metabolic syndrome and metabolically healthy obesity in Europe: a collaborative analysis of ten large cohort studies. BMC Endocrine Disorders201414:9.

Voedingscentrum; “Overgewicht” http://www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/overgewicht.aspx.