Tessa Roseboom bezoekt donateurs Hartstichting met onderzoeksbus WOMB project

Het onderzoek met de Hart voor een Goede Start-bus is afgerond. We hebben ruim een rondje om de aarde gereden om de onderzoeken op locatie voor WOMB project mogelijk te maken. Deze week mocht Tessa Roseboom, coördinator van WOMB project, voor het eerst zélf met de bus op pad om donateurs van de Hartstichting te bezoeken. Tessa vertelde hen over het belangrijke wetenschappelijke onderzoek dat de Hartstichting mogelijk maakt.

Ook vertelde Tessa de donateurs hoe een gedurfde keuze van de Hartstichting, door een onderzoek naar baby’s uit de Hongerwinter te financieren, inmiddels heeft geleid tot veel kennis over het belang van een goede start. Kennis die vertaald wordt naar beleid. Tessa liet Hartstichting-directeur Floris Italianer en de donateurs onze onderzoeksbus zien, zodat hij met eigen ogen kon aanschouwen dat het geld goed terecht is gekomen. Deze onderzoeksbus hebben wij te danken aan de Hartstichting die het onderzoek binnen WOMB project mogelijk maakt, en aan Opel Nederland die een bijdrage aan de bus leverde.

Maar… we zijn als WOMB project vooral veel dank verschuldigd aan alle deelnemende vrouwen en kinderen! Dankzij jullie leren we meer over het hart van vrouwen en kinderen, en hoe we dat gezond houden.

Onderzoek: Vaker gedragsproblemen bij kinderen van moeders met (ernstig) overgewicht

Moeders die al voor hun zwangerschap obesitas of (ernstig) overgewicht hadden, blijken 50% meer kans te hebben op een kind met gedragsproblemen. Daarnaast blijken kinderen van zwaarlijvige moeders tevens een grotere kans te hebben op slechter cognitief functioneren. Dit blijkt uit onderzoek van WOMB project waarvan de resultaten recent verschenen in het wetenschappelijke tijdschrift Early Human Development.

Een groep moeders en kinderen in Amsterdam werden jaren gevolgd (zie: www.abcd-studie.nl). Uit de gegevens blijkt dat er een link is tussen het gewicht van moeders en gedragsproblemen bij kinderen op 5-jarige leeftijd. De kinderen van obese moeders, en in mindere mate ook kinderen van moeders met overgewicht, zijn vaker hyperactief, kunnen moeilijker hun aandacht ergens bij houden en hebben vaker problemen met klasgenoten. Deze link wordt in meer internationale onderzoeken gezien. Nu blijkt dat dit ook voor Nederlandse kinderen geldt. Tevens zien we een iets slechter cognitief functioneren bij kinderen van zwaarlijvige moeders.

Verschillende factoren

Er is bij dit onderzoek rekening gehouden met veel verschillende factoren die dit verband kunnen verklaren, zoals opleidingsniveau van de moeder, roken of alcohol gebruik tijdens de zwangerschap, psychische problemen bij zowel de vader als de moeder en het BMI van het kind zelf. Deze factoren bleken niet de oorzaak te zijn van het gevonden verband. Wat dan wél de oorzaak is, is nog niet duidelijk. Deze zou kunnen liggen in problemen rondom de zwangerschap: obese vrouwen hebben vaker gezondheidsproblemen, zoals zwangerschapsdiabetes. Ook blijken obese vrouwen vaker meer glucose, insuline en ontstekingscellen in hun bloed te hebben dan vrouwen met een gezond gewicht. Het is bekend dat deze factoren de ontwikkeling van de hersenen van het toekomstige kind kunnen beïnvloeden.

Nader onderzoek

Maar, misschien ligt de oorzaak ergens anders. Dat kunnen we niet aan de hand van dit onderzoek zeggen. Op dit moment zijn we via dierstudies aan het bekijken om te onderzoeken of obesitas zelf de oorzaak kan zijn of dat we de oorzaak van dit verband heel ergens anders moeten zoeken.

 

Onderzoeker Tamara ondergaat haar eigen onderzoek: de MRI-scanner in!

WOMB-onderzoeker Tamara den Harink houdt zich bezig met onderzoek naar de invloed van overgewicht bij de zwangere vrouw op de gezondheid van het kind. Hiervoor zal ze de komende tijd tientallen kinderen gaan onderzoeken. Ze testte zelf alvast hoe het is om een MRI-scan te ondergaan. Zo kan ze de kinderen – en hun ouders- beter voorlichten over wat er tijdens het onderzoek gebeurt. Hieronder haar verslag, speciaal bedoeld voor de deelnemende kinderen.

Voor ons onderzoek gaan er ook deelnemende kinderen onder een MRI-scanner. Om zelf ook eens mee te maken hoe dit nou voelt ben ik er zelf in gegaan. Dit is wat er gebeurde.

Oorbellen uit

Eerst moest ik ervoor zorgen dat ik helemaal niets aanhad waar metaal in zit, dus mijn oorbellen en haarspeldje moesten uit. Toen kreeg ik een muts op (zie foto) en ging ik liggen op de tafel die klaar stond. Daar kreeg ik stickers op mijn borst geplakt. Dankzij deze plakkers kunnen de radiologen die de scan uitvoeren de elektrische activiteit van mijn hart bekijken. Gelukkig voelde ik hier helemaal niets van.

Best spannend

Daarna kreeg ik een soort plaat over me heen. Dat vond ik eigenlijk wel fijn want het was net een harde deken. Vervolgens was het tijd om de ‘tunnel’ in te gaan. Dat vond ik eerlijk gezegd best een beetje spannend aan het begin,  maar toen ik zag dat ik nog wel het einde van de tunnel kon zien was het spannendste moment wel voorbij.

Hard geluid

Mijn geduld werd behoorlijk op de proef gesteld, want ik moest proberen de hele tijd zo stil mogelijk te blijven liggen in de tunnel van de scanner. Op een gegeven moment klonk er een computerstem. Die gaf me opdrachten om in en uit te ademen en soms even de adem vast te houden. Nadat de computerstem klaar was, klonk er een hard, indringend geluid. Ik dacht eerst dat er een alarm afging! Ging er iets niet goed soms?

Lekker uitrusten

Maar iedereen bleef rustig en ik snapte al snel dat dit erbij hoorde.  Het was het geluid van de MRI-scanner die zijn werk deed. In het filmpje hieronder is te horen wat voor geluid ik bedoel. Hierna was het eigenlijk al niet spannend meer, want ik wist precies wat er de volgende keer ging gebeuren. Ik moest toen nog een tijdje blijven liggen en was zelfs bijna in slaap gevallen. Even lekker uitrusten J  Alleen wel een beetje jammer van die herrie….!

Tessa Roseboom presenteert nieuw boek: ‘De Eerste 1000 Dagen’

WOMB project-coördinator Tessa Roseboom heeft deze week een nieuw boek gepresenteerd over het grote belang van de eerste 1000 dagen van een mensenleven. Diverse media besteedden aandacht aan de presentatie van het boek, waaronder RTL Nieuws. “Als een kind zich in de eerste twee jaar van zijn leven niet goed ontwikkelt, heeft hij daar zijn leven lang last van.” Dit zegt hoogleraar Tessa Roseboom van de Universiteit van Amsterdam. En de politiek is het ermee eens. Nog dit jaar komt minister Hugo de Jonge met plannen om te investeren in de allerjongsten. Tessa Roseboom legt je uit waarom die eerste duizend dagen zo belangrijk zijn.

Bron: RTL Nieuws

WOMB project publicatie: ‘Kinderwens motiveert vrouwen met overgewicht gezond te leven’

Het onder begeleiding verbeteren van de leefstijl van vrouwen met overgewicht en een kinderwens heeft positieve gevolgen voor hart- en vaten. Dit blijkt uit een onderzoek uitgevoerd door het AMC in Amsterdam en het UMCG in Groningen, dat vorige week is verschenen in het Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift PLOS ONE.

Vrouwen die leefstijlbegeleiding krijgen, voelen zich daarnaast beter en worden vaker op de natuurlijke manier zwanger. De onderzoekers verwachten dat deze veranderingen ook op langere termijn een positieve invloed hebben op de gezondheid van de vrouwen en hun toekomstige kinderen.

Motivatie groter

Vrouwen kregen zes maanden lang leefstijlbegeleiding om het voedings- en bewegingspatroon te verbeteren. Dit leidde tot gewichtsverlies, een lagere bloeddruk en minder suiker in het bloed. Onderzoekers Vincent Wekker (AMC) en Lotte van Dammen (UMCG): “Wij denken dat een vurige kinderwens de motivatie vergroot om gezonder te gaan leven. Wanneer we deze vrouwen professioneel begeleiden, zien we veel positieve effecten op de gezondheid en het welbevinden, ook al gaat het ‘maar’ om enkele kilogrammen gewichtsafname. Een kinderwens lijkt een goede aanleiding voor vrouwen om de leefstijl en daarmee hun gezondheid, kwaliteit van leven en vruchtbaarheid te verbeteren.”

Onderzoekers Vincent Wekker en Lotte van Dammen

Metabool syndroom

De onderzoekers keken ook naar het voorkomen van het metabool syndroom. Dit syndroom wordt vastgesteld aan de hand van de hoeveelheid buikvet, de bloeddruk en het gehalte van vetten en suiker in het bloed. Dit syndroom vergroot de kans op het krijgen van hart- en vaatziekten. Vrouwen die begeleid werden om hun leefstijl te verbeteren hadden na de studie  ongeveer 30 procent minder kans op dit syndroom in vergelijking met de vrouwen die deze begeleiding niet kregen.

Langere termijn

Het onderzoek werd uitgevoerd in 23 verschillende ziekenhuizen bij 577 vrouwen verspreid door heel Nederland. Zij werden willekeurig verdeeld over twee groepen: één groep kreeg begeleiding om gezonder te eten en meer te bewegen, de andere groep kreeg dat niet. De onderzoekers verwachten dat de leefstijlverandering ook op de lange termijn positieve gevolgen heeft en dat de zwangerschap van een gezondere vrouw leidt tot gezondere kinderen. Om dit te onderzoeken zijn vrouwen en hun eventuele kinderen uitgenodigd voor vervolgonderzoek binnen het WOMB-project. De onderzoekers verwachten de resultaten medio 2018 te presenteren.

Dit onderzoek werd mogelijk gemaakt door subsidie van ZonMw, de Nederlandse Hartstichting en de Europese Commissie en is uitgevoerd in samenwerking met het NVOG.AMC en DC Klinieken bundelen krachten met nieuwe hiv-poli.

Het wetenschappelijke artikel is te vinden via deze link:
http://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0190662

 

 

De deelnemers-onderzoeken zijn klaar, medewerkers Hanny en Annemarie blikken terug

De laatste ritten door het land met de WOMB-Wetenschapsbus zijn inmiddels gemaakt. WOMB project is sinds kort klaar met het onderzoeken van de deelnemers. Annemarie Teitsma (rechts op de foto) en Hanny Feenstra zijn op de achtergrond van onschatbare waarde geweest om de huisbezoeken goed te laten verlopen. Nu hun werk er op zit, blikken we terug met de dames.

Hanny kreeg binnen ons team al snel de bijnaam ‘de bel-engel’. Zij heeft ontzettend veel vrouwen opgebeld en overgehaald om mee te doen aan ons wetenschappelijke onderzoek naar leefstijl, zwangerschap en gezondheid. Collega Annemarie is de reddende engel geweest voor alles dat met de busonderzoeken te maken had. Zowel inhoudelijk (“hoe kunnen we het best deze meting uitvoeren”) als praktisch (“hoe moeten we de ritten registreren volgens de Belastingdienst”).

Hanny, hoe kijk je terug op je werkzaamheden voor WOMB project?

“Met een bijzonder goed gevoel. Sinds juni 2016 ben ik bij dit project betrokken en wat is de tijd omgevlogen! Ik werkte voornamelijk vanuit huis met mijn eigen ‘WOMB-telefoon’. Dag en nacht ging de telefoon. Zelfs tijdens de Kerstdagen vonden mensen het een ideaal moment om terug te bellen na de diverse voicemails. Ik belde gemiddeld 16 uur per week. Dit heb ik 44 weken gedaan, wat neerkomt op minstens 700 uur bellen. Later ging ik me ook bezig houden met afspraken voor de metingen in de bus. Ondanks dat het vaak een heel gepuzzel was, heb ik er altijd ontzettend veel plezier in gehad. Wat mij het meest motiveert is het leuke contact met de respondenten en collega’s.

700 uur bellen! Dat is nogal wat…

“Dat klopt, maar het gaf ook veel energie. Vooral als jij het verschil weet te maken. Bijvoorbeeld in het geval van vrouwen die deelname aan het project eerst totaal niet zien zitten maar die ik er dan van kon overtuigen dat hun bijdrage echt heel belangrijk is. Hoewel sommige respondenten het liefst zo snel mogelijk het telefoongesprek willen beëindigen, zijn er ook mensen die er echt voor gaan zitten en de tijd nemen om hun levensverhaal te vertellen. Dat maakt dit werk echt mensenwerk.”

Annemarie, jij hebt geholpen bij de onderzoeken in de WOMB Wetenschapsbus op locaties door heel Nederland. Wat voor bus hebben we het over?

“De Wetenschapsbus is speciaal gemaakt voor het WOMB-project. Hiermee zijn we naar de deelnemers gereden. Dankzij de faciliteiten in de bus, konden we allerlei metingen verrichten. De medewerkers hebben heel veel inspraak gehad bij de inrichting van de bus. We zijn zelfs een keer naar de carrosseriebouwer gereden in Brabant om een goed beeld te krijgen waar de kastjes moesten komen, wat de beste plek was voor de hometrainer en waar de onderzoeksbank kwam te staan. We waren er ook om te bepalen of de lichtpunten in het plafond op de juiste plek waren bevestigd. Je wil bijvoorbeeld niet dat er fel licht in de ogen van een deelnemer schijnt als ze op de onderzoeksbank ligt. Daarom ben ik op de grond gaan liggen, daar waar de onderzoeksbank zou komen. We hebben als gevolg van die actie een lichtpunt laten verplaatsen. Het is dus niet voor niets geweest dat mijn broek onder het stof zat.”

De Wetenschapsbus van WOMB project

 

Hebben jullie nog een laatste boodschap?

“Helaas zit het WOMB-project er voor ons weer op. Dank aan alle deelnemers en de leden van het WOMB-project team en succes met het onderzoek!”