Tags ArchivesKind

This is a unique website which will require a more modern browser to work!

Please upgrade today!

Waarom sommige kinderen denken dat ze in een speelgoedautootje passen

Misschien heb je het wel eens bij een klein kind gezien of bij jouw eigen kind: hij of zij probeert in een speelgoedautootje te kruipen of wil in een Playmobil-stoeltje gaan zitten. Raar? Nee hoor. Deze “blinde vlek” komt vaker voor en hoort bij de ontwikkeling van het kind als het tussen de 1,5 en 2 jaar oud is.

Kinderen zien en voelen van alles en leren op die manier van alles over de wereld om hen heen. Dit gaat natuurlijk geleidelijk. Zo weten hele jonge kinderen nog niet dat hun geliefde knuffel ook bestaat wanneer ze de knuffel niet zien. In hun kinderbrein geldt: wat je niet ziet, bestaat niet. Een voor de helft bedekte knuffel is raar, want dan is de knuffel half. Al snel leren kinderen dat de knuffel helemaal niet half is, en ook dat de knuffel blijft bestaan wanneer de knuffel uit zicht is. Nog iets later in hun ontwikkeling gaan kinderen op zoek naar hun knuffel als deze in een andere kamer ligt. Dat gaat allemaal best snel; voor je het weet, hebben ze het door.

Schoen van pop aantrekken

Maar doordat het kind zich zo snel ontwikkelt, ontstaat er soms een verschil tussen de visuele perceptie (dus wat kinderen zien), gedachten (dit kan ik doen met wat ik zie) en hun motorische actie (dit ga ik doen met de visuele informatie en de gedachten). Een mooi voorbeeld hiervan is de studie van de onderzoeksgroep van DeLoache. De wetenschappers merkten op dat kinderen soms heel hard proberen om in hun speelgoedauto te gaan zitten of de schoenen van hun poppen aan te trekken. Dit fenomeen, wat ook veel ouders en verzorgers bekend zal voorkomen,  gingen ze verder onderzoeken.

Miniatuur-auto

In hun studie onderzochten ze kinderen tussen de 18 en 30 maanden oud. De kinderen ontwikkelden zich normaal. Ze werden eerst in een ruimte geplaatst waarin ze met een glijbaan, speelgoedauto en een stoel op normale grootte mochten spelen. Daarna moesten de kinderen even ergens anders heen en vervingen de onderzoekers de grote speeltoestellen, auto en stoel door miniatuurversies. De kinderen kwamen weer terug in de ruimte. Hun gedrag werd opgenomen. En wat bleek? Heel veel kinderen maakten ‘de fout’ om zichzelf in alle bochten te wringen om tóch van die glijbaan af te gaan (foto A) of in de auto te gaan zitten (foto B) of op de stoel plaats te nemen (foto C).


Inhibitie

Kinderen tussen de 20 en 24 maanden maakten het vaakst deze ‘fout’. De kinderen zien een ‘stoel’ en linken dit aan ‘in een stoel moet je zitten’. Vervolgens willen ze in de stoel gaan zitten. Als ze zien dat de stoel een miniatuur is, dan zorgt hun ‘inhibitie’ (remming of onderdrukking) er normaal gesproken voor dat ze niet zullen proberen in de miniatuurstoel te zitten, omdat ze zien en weten dat het nooit zal passen. Ze worden dan in feite tegengehouden door hun brein om iets onmogelijks te gaan proberen. Bij kinderen die wél in de miniatuur-auto, -stoel of –glijbaan probeerden te wringen, Lijkt het erop dat deze inhibitie nog niet goed genoeg is ontwikkeld. Hun idee van ‘in een stoel moet je zitten’ is al wel goed ontwikkeld. Zie je dit gebeuren bij een kind? Geen probleem, het gebeurt vaker en de inhibitie ontwikkelt zich later meestal alsnog prima.

Te vroeg geboren kind: mogelijke gevolgen en risicofactoren

De gemiddelde zwangere vrouw bevalt na 38 weken. Maar in sommige gevallen wordt een kind (veel) te vroeg geboren. Wat zijn de gevolgen hiervan voor het kind? En is een vroeggeboorte te voorkomen?

Slapeloze nachten na de geboorte van je kind. Niet omdat de baby nog niet doorslaapt en ’s nachts nog voeding nodig heeft, maar omdat je je pasgeboren kindje in het ziekenhuis hebt moeten achterlaten. Dit is voor zo’n 2% van alle nieuwe ouders helaas de realiteit. In 1 op de 50 gevallen worden kinderen namelijk (veel) te vroeg geboren. Dit percentage lijkt misschien klein, maar deze te vroeg geboren kinderen zorgen wel voor bijna de helft van de babysterfte in Nederland.

Lichamelijke problemen

Te vroeg geboren (=prematuur, letterlijk “vóór de rijpheid”) kinderen zijn geboren onder de 37 weken. Met name de ernstig premature kinderen (32 weken of jonger) hebben speciale zorg nodig. Als het kind te vroeg de baarmoeder verlaat, zijn de organen nog onvoldoende ontwikkeld. Daardoor kan de verdere ontwikkeling van de organen verstoord raken, wat problemen op kan leveren. Deze kinderen zijn daarnaast meer vatbaar voor infecties.

Ontwikkeling hersenen

Een ernstig prematuur kind heeft niet alleen lichamelijke problemen. Ook de hersenen ontwikkelen zich anders, wat tot mentale problemen kan leiden. Deze kinderen hebben later bijvoorbeeld vaker last van psychiatrische stoornissen en gedragsproblemen,  maar ze hebben ook vaker problemen met zien, horen en leren. Natuurlijk is ieder kind anders en hoeft niet ieder te vroeg geboren kind hier later last van te krijgen. Belangrijk is het wel om het aantal te vroeg geboren kinderen zo  laag mogelijk te houden.

2016-07-11 Vroeggeboorte baarmoeder

Oorzaken van vroeggeboorte

Tweelingzwangerschappen, infecties, diabetes en een hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap vergroten de kans op een vroeggeboorte. Ook stress en leefstijlfactoren tijdens de zwangerschap (zoals roken, alcoholgebruik en drugsgebruik) verhogen de kans op vroeggeboorte. Maar in veel gevallen van vroeggeboorte is er geen duidelijke oorzaak aan te wijzen. Wat je dus als aanstaande moeder kunt doen om de kans op een vroeggeboorte zo klein mogelijk te maken, is een verstandige leefstijl aanhouden en stress zoveel mogelijk proberen te vermijden.

Wereldwijd

Vroeggeboorte komt wereldwijd voor. De meeste vroeggeboortes vinden plaats in Afrika en Azië: ruim 60% van alle vroeggeboortes wereldwijd. Er bestaat een groot verschil in overlevingskans van deze baby’s per land waarin het geboren wordt. In landen met een laag inkomen is ongeveer de helft van de ernstig premature baby’s overleden. Belangrijkste oorzaak van dit hoge sterftecijfer is slechtere zorg. In rijke landen overleven veel meer baby’s een vroeggeboorte. Maar ook in Europa kan de zorg voor te vroeg geboren kindjes altijd nog verbeterd worden. Onderzoek helpt, en ook de medische technieken om premature baby’s te helpen worden steeds geavanceerder. Wat zou het fijn zijn als de kleine hummeltjes snel naar huis kunnen. Liefst zónder problemen in hun ontwikkeling.

Vroeggeboorte

 

Bronnen:

Zeitlin et al. Use of evidence based practices to improve survival without severe morbidity for very preterm infants: results from the EPICE population based cohort. BMJ  2016;354:i2976

WHO. Preterm birth. Opgehaald van: http://www.who.int/mediacentre/factsheets/fs363/en/

WHO. Born to soon. The global action report on preterm birth. http://apps.who.int/iris/bitstream/10665/44864/1/9789241503433_eng.pdf?ua=1