Berichten

2016-05-09 Schijf van Vijf2_4 Olijfolie

Eerste hulp bij etiket-stress: wat betekent het allemaal? En wat moet ik ermee? Lees onze tips.

 

De belangrijkste informatie over eten en drinken staat op de verpakking. Op het etiket staat bijvoorbeeld hoeveel suiker, vet of zout er in zit en wat de energiewaarde van het voedingsmiddel is. Goed om te weten… maar vaak is het etiket net een puzzel. We zetten de belangrijkste dingen om op te letten voor je op een rijtje en leggen uit waar je vooral op moet letten.

Etiketten en verpakkingen van voedingsmiddelen moeten aan een aantal wettelijke eisen voldoen. Zo moet op de verpakking een lijst met ingrediënten, eventuele allergenen en de houdbaarheidsdatum afgedrukt zijn. Uitzonderingen zijn er ook: bijvoorbeeld vers brood en verse groenten en fruit.

Voedingswaarden

Op vrijwel alle voorverpakte producten staan de voedingswaarden vermeld, vaak per 100 gram of 100 ml product en per portie. De voedingswaardeninformatie begint met de hoeveelheid energie die het product levert, uitgedrukt in kilocalorieën en/of kilojoule. Vrouwen wordt aangeraden om rond de 2000 kcal per dag in te nemen. Voor mannen ligt dit advies rond de 2500 kcal per dag. Vervolgens kan je zien hoeveel vetten, koolhydraten, eiwitten en zout een product bevat. De vetten en koolhydraten zijn vaak opgedeeld in meerdere groepen. Hoe zit dat nu precies?

Vetten

Een fabrikant moet bij het benoemen van het totaal aantal vetten aangeven hoeveel van deze vetten verzadigd zijn. Je kan vetten grofweg onderverdelen in verzadigde vetten en onverzadigde vetten. Verzadigde vetten worden als ongezond gezien en onverzadigde vetten als een gezondere variant, al zijn hierover momenteel wel discussies gaande in de wetenschap. Probeer het gehalte aan verzadigde vetten zo laag mogelijk te houden.

Koolhydraten

Bij de hoeveelheid koolhydraten moet vermeld worden hoeveel daarvan suiker is. Je kunt een koolhydraat opdelen in één of meer suikermoleculen. Afhankelijk van de hoeveelheid suikermoleculen krijgt de koolhydraat een naam. Onder suiker vallen de makkelijk afbreekbare koolhydraten. Deze bestaan uit één of twee suikermoleculen. Daarom worden ze makkelijk en snel door je lichaam afgebroken en in je bloed opgenomen. Pas op met het eten van deze “snelle suikers”. Denk aan het drinken van een glas frisdrank. Hier zitten veel van deze suikers in, wat zorgt voor een snelle stijging van je bloedsuiker met alle gevolgen van dien. Dit leidt uiteindelijk tot hoger risico op overgewicht en diabetes type 2.

Van nature aanwezige suikers?

Tegenwoordig zie je ook vaak vermeld staan “bevat van nature aanwezige suikers”. Vaak gaat het hier om suikers uit vruchten(sap). Dit is een echte marketingkreet. Je lichaam maakt namelijk geen onderscheid tussen suikers die zijn toegevoegd (zoals suiker of glucosestroop of honing) en suikers die uit vruchten(sappen) komen, dus denk niet dat deze producten per definitie gezonder zijn. Zodra er van vruchten sap wordt gemaakt, komt de grootste hoeveelheid vezels niet in het sap terecht en worden deze vruchtensappen dus opgenomen als gewone “snelle suikers”.

Combineer Koolhydraten met vezels

Maar koolhydraten zijn ook een belangrijke energiebron voor je lichaam. Probeer koolhydraten daarom in combinatie te eten met vezels. Producten die zowel koolhydraten als vezels bevatten zijn volkorenbrood, peulvruchten, verse groenten en vers fruit, zilvervliesrijst en volkorenpasta. Fabrikanten mogen de hoeveelheid vezels aangeven op het etiket, maar dit is niet verplicht. Eigenlijk zijn vezels onverteerbare koolhydraten. Je lichaam kan ze niet goed opnemen en daarom geven vezels geen energie. Ze zijn belangrijk voor een goede stoelgang en geven je een verzadigd gevoel. Het tegenovergestelde van de “snelle suikers” dus.

Eiwitten en zout

Tot slot zijn fabrikanten verplicht de hoeveelheid eiwitten en zout op de verpakking te vermelden. Eiwitten leveren energie aan je lichaam, net zoals de vetten en koolhydraten. Een eiwit bestaat uit ketens van aminozuren. In totaal zijn er 22 aminozuren, waarvan je lichaam er 13 zelf kan maken. Dit betekent dat je er 9 sowieso via je voeding binnen moet krijgen. Eiwitten zitten vooral in dierlijke producten, zoals vlees, zuivel, eieren, kaas en vis. Maar ook paddenstoelen, noten en peulvruchten leveren eiwitten.

2016-07-04 Etiketten zoutZout levert geen energie voor je lichaam, maar dit wordt wel in de voedingswaarden tabel vermeld. Teveel zout zorgt namelijk voor een hoge bloeddruk, wat kan leiden tot onder andere hart- en vaatziekten. Eigenlijk mag je maar 6 gram zout per dag eten, iets waar de gemiddelde Nederlander ruim overheen gaat! Kijk maar eens op een willekeurig product: bijna overal zit zout in. Na het benoemen van de hoeveelheid zout mag een fabrikant de vitaminen en mineralen nog vermelden.

Claims

Dan zijn er nog de voedingsclaims en gezondheidsclaims waar fabrikanten mee lijken te strooien. Hoewel dit onderdeel is van marketingstrategie, zijn er regels en wetten die bepalen welke gezondheidsclaims fabrikanten wel en niet mogen maken.

Claims zeggen iets over de samenstelling van een product of linken een voedingsstof aan een positief gezondheidseffect. Ze mogen alleen op het etiket staan als ze wetenschappelijk bewezen zijn. Maar let op, want deze claims zijn niet altijd zo zwart-wit als het lijkt. Veel mensen denken bijvoorbeeld dat er veel minder calorieën in een lightproduct zitten. Maar eigenlijk betekent de term “light” dat er 30% minder vet, koolhydraten of calorieën in dat product zitten in vergelijking met hetzelfde soort product dat niet light is. Dan is het dus nog steeds een product zijn waar je dik of ongezond van kunt worden als je er te veel van eet of drinkt.

2016-07-04 Etiketten VezelsEen andere claim is bijvoorbeeld “vezelrijk”. Deze claim mag op de verpakking staan wanneer een product minimaal 6 gram vezels per 100 gram of 3 gram vezels per 100 kcal bevat. De claim “suikervrij” mag al worden gevoerd als een product maximaal 0,5 gram suiker per 100 gram/milliliter bevat. Niet geheel suikervrij dus.

Een paar snelle tips

Als je de voedingswaarden van producten met elkaar wilt vergelijken, doe dit dan aan de hand van de voedingswaarden per 100 gram/milliliter product. Porties kunnen namelijk verschillen per fabrikant, ondanks dat het om hetzelfde product gaat. Probeer daarnaast de inname van verzadigd vet en suiker laag te houden, en let op de hoeveelheid calorieën en zout in een product. En hoewel light soms een beter alternatief is, kan je het beste zoveel mogelijk gezonde, pure en onbewerkte producten kopen.