Berichten

Onderzoekspullen WOMB project krijgen nieuwe bestemming

De bus- en ziekenhuismetingen van WOMB project zijn inmiddels bijna ten einde. Dat betekent dat een heleboel onderzoekspullen die mijn collega’s en ik hebben gebruikt een andere bestemming mogen krijgen. De onderzoeksbus bijvoorbeeld zat vol met onder andere bloeddrukmeters, benodigdheden voor het maken van een hartfilmpje en zuurstofmeters. Onder het motto ‘weggooien is zonde’ heb ik veel collega’s in het ziekenhuis gebeld met de vraag of iemand nog wat met deze spullen kon. Voor we het wisten, hadden de overbodige spullen een nieuwe bestemming!

We hebben onder andere blij kunnen maken:

  • Stichting Steun Emma
    Kindercadeautjes die over waren gebleven zitten nu in de cadeaupot voor kinderen van het Emma Kinderziekenhuis (EKZ). Zo kunnen net als de kinderen die meededen aan ons onderzoek ook de dappere kinderen van het EKZ doktertje spelen met een speelgoed-dokterskoffer, of maskers van verpleegkundige en dokters opzetten.
  • Tanzania
    Een van de gynaecologen van het AMC gaat jaarlijks enkele weken naar een ziekenhuis in Tanzania om hier mee te helpen. Heel erg blij was zij met veel van ons onderzoeksmateriaal. Nu kunnen onze bloeddruk- en zuurstofmeters na een verre reis een goede eindbestemming krijgen waar het hard nodig is en er goed gebruik van kan worden gemaakt.

Zoals sommige van jullie weten zijn we nog steeds bezig met metingen voor het WOMB kids onderzoek fase 3, waarbij we echo’s en MRI’s van het hart van veel stoere kinderen maken. Ik denk alleen niet dat we zo makkelijk echo’s en/of MRI’s apparaten kunnen doorgeven als we hier klaar mee zijn.

We houden jullie op de hoogte van de resultaten en andere vorderingen binnen het WOMB project!

Groetjes,

Tamara

Subsidie toegekend aan kinderarts/onderzoeker WOMB project

Goed nieuws voor WOMB project! Arts/onderzoeker Arend van Deutekom (33) heeft een subsidie toegekend gekregen voor zijn onderzoek naar gezondheid van hart en bloedvaten bij kinderen. Hiermee kan hij een waardevolle bijdrage leveren aan de nieuwe fase van WOMB project.

Dankzij de subsidie kan Arend het hart- en vaatstelsel bij kinderen onderzoeken die ook meededen aan de eerste fase van WOMB project. Hij gaat echo’s en MRI’s maken bij kinderen om de conditie van hun hart- en vaatstelsel te meten. Denk hierbij aan het meten van de elasticiteit van bloedvaten, bloeddruk en conditie van de halsslagader. Deze kinderen en hun moeders werden de afgelopen 2 jaar aan huis bezocht door de Wetenschapsbus.

Blijvende effecten

Arend: “Ik onderzoek in het AMC kinderen van 6 of 7 jaar oud van moeders met overgewicht die moeite hadden met zwanger worden. Ik wil uitzoeken of leefstijlverbetering tijdens de zwangerschap een positieve invloed heeft gehad op de latere gezondheid van het kind, of omgekeerd. We onderzoeken dus of een gezonde – of minder gezonde- leefstijl van de moeder blijvende effecten laat zien. Niet alleen voor haarzelf, maar ook voor haar nageslacht.”

Het interieur van de Wetenschapsbus waarin de kinderen en hun moeders eerder werden onderzocht tijdens de eerste fase van WOMB project.

Kindercardioloog

De jonge kinderarts/onderzoeker is blij met de subsidie: “Ik kan nu één volledige dag per week besteden aan onderzoek, naast mijn werk als kinderarts en dat is erg fijn.” Arend is gepromoveerd op overgewicht (obesitas) bij kinderen en doet nu een aanvullende opleiding tot kindercardioloog. Het onderzoek voor WOMB project sluit dan ook uitstekend aan bij zijn expertisegebied.

Talentvolle postdocs

Het gaat om een persoonsgebonden subsidie voor talentvolle postdocs (onderzoekers) vanuit Amsterdam Reproduction & Development. Dit is een gezamenlijk onderzoeksinstituut van het AMC en VUMC dat zich inzet voor meer kennis rondom vruchtbaarheid, zwangerschap en gezonde ontwikkeling van kinderen. Arend wil in januari 2018 de ouders en hun kinderen benaderen om mee te doen. De metingen starten dan naar verwachting in april.

WOMB project in de schijnwerpers tijdens Rotterdams congres DOHaD2017

WOMB project wetenschappers

Videopresentatie WOMB project

WOMB project heeft onlangs z’n tussentijdse beoordelingsronde gehad. Een commissie van wijze mannen en vrouwen is bijgepraat over de resultaten en activiteiten van de afgelopen twee jaar. Een van de onderdelen van de presentatie was een video. Deze video vat samen wat WOMB project doet, heeft bereikt en wat de doelen zijn. Hieronder is de video te zien. Vanwege het internationale karakter van de beoordelingscommissie en de overige aanwezigen, is de presentatievideo in het Engels.

Medewerkers van WOMB project proosten na een succesvolle tussentijdse presentatie.

Waarom duurt (ons) wetenschappelijk onderzoek zo lang? Waar blijven de resultaten?

“WOMB project onderzoekt wat de effecten zijn van een gezondere leefstijl op zwanger worden, zwanger zijn en de gezondheid van het kind.” Dat klinkt lekker kort en simpel, maar is het in de praktijk niet. Vaak krijgen we dan ook de vraag voorgelegd waarom de uitkomsten van (ons) wetenschappelijke onderzoek zo lang op zich laten wachten. In dit artikel probeer ik die vraag te beantwoorden.

Al in het najaar van 2015 stuurden wij deelnemende vrouwen uit eerdere onderzoeken een folder met de vraag of ze wilden deelnemen aan WOMB project. Een groot deel van deze vrouwen reageerde positief op het verzoek. Begin 2016 had het grootste deel van de deelnemers de vragenlijsten ontvangen die nodig zijn om mee te kunnen doen aan het onderzoek. De meeste vrouwen vulden deze vragenlijsten meteen in en stuurden ze naar ons op. Vervolgens was het wachten geblazen op de uitslag. Waarom?

De hele groep

Dat zit zo: deelnemers aan WOMB project mogen hun vragenlijsten invullen tot halverwege 2017. Alle vrouwen krijgen ruim een jaar de tijd om dit te doen. Niet alle deelnemers beginnen namelijk tegelijkertijd aan het deelnemerstraject. Sommigen melden zich pas later aan of willen/kunnen pas later hun lijsten invullen.
Omdat we graag uitkomsten willen hebben die iets zeggen over de gehele groep vrouwen en kinderen die aan WOMB project meedoen en niet over elke persoon individueel, wachten we tot we de gegevens van álle deelnemende vrouwen verzameld hebben. En dat duurt wel even…

Achter de schermen

En dat is niet de enige reden waarom de uitkomsten nog wel even op zich laten wachten. Na het invullen en inleveren van de vragenlijsten gaat voor ons als onderzoekers het werk eigenlijk pas echt beginnen. Alle vragenlijsten zijn dan wel binnen, maar zo’n 35% van de deelnemers heeft een papieren vragenlijst ingevuld. Hun antwoorden moeten eerst allemaal in de computer ingevoerd worden. Daarna controleren we de antwoorden op eventuele fouten en tegenstrijdigheden. Heeft iemand bijvoorbeeld eerst ingevuld nooit te hebben gerookt en verderop ingevuld dat ze op haar 25ste is gestopt met roken? Dan moet deze fout eruit worden gehaald. Dit heet het opschonen van de gegevens en dat kost veel tijd.

Gegevens analyseren

Na het verzamelen en opschonen, volgt het meest spannende onderdeel van het onderzoek: we gaan de gegevens analyseren. Alle onderzoeksgegevens staan in een groot bestand bij elkaar, en we kunnen nu gaan combineren en rekenen om tot de uitslag te komen. Dit gaat samen met veel wikken en wegen, nadenken en overleggen. Wat betekenen de resultaten, hoe verwerken we alle gegevens zo precies mogelijk. En als laatste, hoe gaan we dit goed en kloppend opschrijven?

Wetenschappelijk tijdschrift

Een belangrijk doel van wetenschappelijk onderzoek doen, is het delen van de kennis die je hebt verzameld. Dit delen doe je onder andere door de resultaten op te schrijven in een artikel, dat vervolgens gepubliceerd wordt in een wetenschappelijk tijdschrift. Ook dit proces kost tijd.
We schrijven met verschillende onderzoekers aan het artikel en overleggen regelmatig met elkaar over de tekst. Wetenschappers schrijven vaak verschillende versies voordat ze een definitief artikel hebben om op te sturen naar een wetenschappelijk tijdschrift.

Gespecialiseerde redactie

Nadat we het artikel opgestuurd hebben, kijken op de redactie van het wetenschappelijke tijdschrift gespecialiseerde wetenschappers er kritisch naar; is het onderzoek correct uitgevoerd, zijn de gegevens op een juiste manier bekeken, worden de resultaten duidelijk opgeschreven en reflecteren de onderzoekers kritisch op hun eigen resultaten? Als het artikel er echt helemaal klaar voor is, wordt het uiteindelijk gepubliceerd in een wetenschappelijk tijdschrift.

Betrouwbaarheid kost tijd

Pas nadat al deze stappen zijn doorlopen kunnen de deelnemers van WOMB project de resultaten wereldkundig maken. Dus heb je de vragenlijst in het begin van 2016 al netjes ingevuld? Dan het kan zomaar zijn dat je pas in 2018 wat te horen krijgt over de onderzoeksresultaten. Al die tijd zijn we dus achter de schermen druk bezig geweest. Zo kort als die ene zin ons onderzoek samenvat, zo veel meer tijd is er nodig om tot een goed onderzocht resultaat te komen. Helaas, het is niet anders. Maar als serieuze wetenschappers wil je betrouwbaar onderzoek doen en dat kost nu eenmaal tijd.

Voor alle deelnemers daarom een welgemeend: bedankt voor jullie geduld!

 

 

Type-D-persoonlijkheid: “negatieve binnenvetter” heeft meer kans op hart- en vaatziekten

Wist je dat karakter mede bepaalt hoe groot de kans is op het krijgen van hart- en vaatziekten? Zo hebben mensen met de zogenaamde Type-D-persoonlijkheid meer kans op hart- en vaatziekten. Maar wat voor iemand is dat, een Type-D-persoonlijkheid?

Behalve het beschrijven van mensen aan de hand van persoonlijkheidstrekken zoals “verlegen” of “spontaan”, kan je ook een profiel opstellen van mensen met een combinatie van bepaalde persoonlijkheidstrekken.  In de jaren vijftig van de vorige eeuw is dit voor het eerst gedaan door de cardioloog Meyer Friedman.

Type-A-persoonlijkheid

Friedman zag op de afdeling cardiologie veel mensen met wat hij noemde ‘Type A-persoonlijkheid’: ambitieuze, opvliegende, ongeduldige mensen die vaak worden omschreven als ‘workaholics’. De tegenhanger van de Type-A-persoonlijkheid was volgens Friedman de Type- B-persoonlijkheid. Deze mensen ervaren juist minder stress, zijn geduldiger en richten zich minder op ‘haasten’ of ‘de beste zijn’.

Negatieve emoties

Uit later onderzoek bleek de verdeling van Friedman in Type-A en Type-B iets te simpel: vooral negatieve emoties konden met hart- en vaatziekten in verband worden gebracht. Al snel volgde een nieuwe persoonlijkheid: Type-D.

Type-D-mensen ervaren veel negatieve emoties (somberheid, piekeren, vaak geïrriteerd zijn) en praten hier niet over met andere mensen vanwege sociale geremdheid. Dit laatste betekent dat je het lastig of zelfs vervelend vindt om een gesprek met iemand aan te knopen. Eigenlijk zijn mensen met Type-D-persoonlijkheid dus ambitieuze maar ook negatief gestemde binnenvetters.

Vaker hart- en vaatziekten

Vervolgens werd bekeken welke mensen hoog scoorden op een vragenlijst over Type D-persoonlijkheid. En inderdaad, deze groep bleek opvallend vaak last te hebben van hart- en vaatziekten. Daarnaast werd onderzocht of mensen die al hart- en vaatziekten en Type-D-persoonlijkheid hadden, eerder een hartaanval kregen dan mensen met hart- en vaatziekten zónder Type-D-persoonlijkheid. Dit bleek inderdaad het geval. Uit dit onderzoek kan je opmaken dat Type-D-persoonlijkheden een kwetsbare groep zijn.

Type-D-onderzoek bij WOMB

Wat nu te doen? Misschien kunnen we mensen met Type D-persoonlijkheid een bepaalde therapie aanbieden waardoor ze beter leren omgaan met negatieve emoties en het uiten hiervan. Hopelijk draagt dat ook bij aan hun gezondheid later in het leven. Binnen WOMB project onderzoeken we ook of Type-D-persoonlijkheid een voorspeller is van wel of niet succesvol afvallen. We hopen de invloed van persoonlijkheidstype op gezondheid niet alleen beter in kaart te krijgen, maar gaan ook zoeken naar oplossingen.