Fitte kinderen zijn later gezonder; gewicht moeder tijdens zwangerschap speelt ook een rol

WOMB-onderzoeker Stijn Mintjens leidde een literatuurstudie en legde een link tussen fitheid bij kinderen en moeders tijdens de zwangerschap en de gezondheid van deze kinderen in hun latere leven. In dit blogartikel schrijft hij over de bevindingen van hem en zijn collega’s.

Zo’n beetje iedereen zegt dat je fit moet zijn om gezond te zijn, maar wat is fit zijn dan? Kan je fitheid meten? En als je het kunt meten, hoe goed kan fitheid dan gezondheid voorspellen? Ik wilde heel graag weten of fittere kinderen minder risico’s lopen om hart- en vaatziekten te krijgen als ze ouder zijn, dat moest toch vast al vaker onderzocht zijn? Onderzocht was het wel, maar veel onderzoeken bleken elkaar tegen te spreken dus ik had nog steeds geen antwoord.

Daarom besloot ik samen met enkele andere onderzoekers alle wetenschappelijke artikelen over fitheid bij kinderen bij elkaar te nemen en de resultaten samen te vatten. Nadat we ruim 7500 artikelen hadden bekeken bleken er 38 nuttig voor ons en die hebben we beschreven in een eigen artikel.

Overgewicht kinderen voorkomen

Fitheid kan je op allerlei manieren meten, maar wij wilden weten hoe goed het hart en de longen het lichaam van zuurstof kunnen voorzien tijdens inspanning van langere duur. Het ging ons dus niet om pure spierkracht of sprinten. Het beste voorbeeld is misschien wel de 20 meter shuttle run test, ook wel piepjes test genoemd, die velen wel zullen kennen van school. Je rent heen en weer tussen twee lijnen 20 meter van elkaar af, en je moet voor het piepje aan de overkant zijn.

De tijd om de overkant te halen wordt steeds korter en het rennen wordt dus steeds zwaarder. Zo’n zelfde soort inspanning kan je ook doen met allerlei meetapparatuur op een loopband, zo lang je maar meet wat iemands maximale voor inspanning kan doen.

Fitte kinderen: later gezonder

Uit onze samenvatting van 38 onderzoeken bleek dat kinderen en tieners met een betere fitheid 2 tot 25 jaar later een lagere body mass index (BMI), heupomtrek, vetpercentage, en minder risico op metaboolsyndroom hadden. Maar we vonden geen sterk bewijs voor lagere bloeddruk, cholesterol of glucose en insulinewaarden. Ondanks dat het bewijs van veel onderzoeken niet sterk was, bleek uit geen van de onderzoeken dat goede fitheid tot slechtere gezondheid leidt.

Helaas waren de onderzoeken erg lastig te combineren doordat ze veel verschillende metingen gebruikten en veel onderzoeken hielden geen rekening met het gewicht van het kind. Desondanks weten we dankzij deze samenvatting van onderzoeken dat betere fitheid bij kinderen en tieners lijkt bij te dragen aan minder risico op overgewicht en hart- en vaatziekten later in het leven. En is het dus belangrijk om goed op kinderen die laag scoren op fitheid testen te letten.

Gewicht tijdens zwangerschap

Nu we beter weten dat fitheid belangrijk is voor je gezondheid, wilden we ook graag weten wat bepaalt of je wel of niet fit bent. Het logische antwoord is natuurlijk of je veel of weinig sport, en natuurlijk is bewegen heel belangrijk om fitter te worden, maar het is niet het enige. Sommige mensen reageren heel goed op sporten en scoren veel beter op fitheidstesten na een paar weken exact hetzelfde trainen dan andere mensen, hoe kan dat? Misschien is de omgeving in de baarmoeder tijdens de aanleg van het hart en longen en de spieren wel belangrijk voor je fitness niveau.

Om dit te onderzoeken hebben bijna 200 kinderen op 8 jarige leeftijd in het Olympisch Stadion van Amsterdam de 20 meter shuttle run test gedaan en een week lang een beweegmeter gedragen. Zo wisten we precies hun fitheid en hoeveel ze bewegen, sporten, én stil zaten. Wat blijkt, als de moeder voor en tijdens de zwangerschap overgewicht of obesitas had, dan waren hun kinderen een stuk minder fit. Dit konden we niet verklaren door hun eigen vetpercentage of hoeveel ze bewegen.

Kortom, het gewicht van de moeder tijdens de zwangerschap bepaalt voor een deel hoe goed een kind op een fitheid test scoort. Zoals hierboven beschreven, slechtere fitheid leidt tot hoger risico om later overgewicht te krijgen, dus overgewicht voorkomen voordat een vrouw zwanger wordt kan helpen bij het verbeteren van fitheid én mogelijk overgewicht en hart- en vaatziekten helpen voorkomen.

De resultaten van deze onderzoeken zijn gepubliceerd in twee internationale tijdschriften:

Cardiorespiratory Fitness in Childhood and Adolescence Affects Future Cardiovascular Risk Factors: A Systematic Review of Longitudinal Studies.

Mintjens S, Menting MD, Daams JG, van Poppel MNM, Roseboom TJ, Gemke RJBJ.
Sports Med. 2018 Aug 24. http://doi.org/10.1007/s40279-018-0974-5 

Maternal Prepregnancy Overweight and Obesity Are Associated with Reduced Physical Fitness But Do Not Affect Physical Activity in Childhood: The Amsterdam Born Children and Their Development Study
Stijn Mintjens, Reinoud J.B.J. Gemke, Mireille N.M. van Poppel, Tanja G.M. Vrijkotte, Tessa J. Roseboom, and Arend W. van Deutekom. Childhood Obesity. 2018 oct 2. http://doi.org/10.1089/chi.2018.017

Onderzoek: succesfactoren in het veranderen van leefstijl

WOMB-onderzoeker Matty Karsten deed onderzoek naar factoren die bepalend zijn in al dan niet succesvol verbeteren van leefstijl. In  dit onderzoek is er gekeken of er specifieke factoren bestaan die verklaren welke vrouwen succesvol zijn in het veranderen van hun leefstijl. Het onderzoek is uitgevoerd onder een groep vrouwen die ernstig overgewicht hadden en moeilijk zwanger konden worden (subfertiel). Alle vrouwen hadden meegedaan aan een leefstijlbegeleidingstraject van zes maanden om gezonder te gaan eten, meer te gaan bewegen en af te vallen. Alle vrouwen probeerden zwanger te worden en het leefstijlbegeleidingstraject werd gestart voorafgaand aan de zwangerschap. 

Tijdens het onderzoek is gekeken naar verschillende biologische-, fysieke-, psychologische-, demografische- en gedragsfactoren. In het onderzoek is er naar verschillende uitkomsten gekeken:

  • Succesvol gewichtsverlies tijdens het leefstijlbegeleidingstraject (meer dan 5% van hun aanvankelijke lichaamsgewicht)
  • Mate van gewichtsverlies
  • Energie-inname
  • Hoeveelheid lichaamsbeweging
  • Het al dan niet succesvol afronden van het leefstijlbegeleidingstraject

Dit leidde tot de volgende conclusies:

  • Vrouwen die hoger scoorden op extern eetgedrag, wat kan worden uitgelegd als eten in reactie op externe prikkels zoals het zien en ruiken van voedsel, hadden een grotere kans om succesvol gewicht te verliezen tijdens het leefstijlbegeleidingstraject.
  • Vrouwen die in het verleden al een diëtist hadden bezocht, verloren tijdens het  leefstijlbegeleidingstraject minder gewicht (0.94 kilogram) dan vrouwen die nog nooit een diëtist hadden bezocht. Het kan zijn dat deze vrouwen te weinig extra aanknopingspunten kregen tijdens het leefstijlbegeleidingstraject bovenop de adviezen die zij al eerder hadden gehad om hun leefstijl daadwerkelijk aan te passen. Ook kan het zijn dat er bij deze vrouwen andere onderliggende factoren meespeelden, zoals een laag zelfbeeld, gebrek aan motivatie of een traumatische voorgeschiedenis, en dat deze vrouwen daarom behoefte hebben aan een ander type leefstijlbegeleidingstraject.
  • Verder hadden vrouwen met hogere self-efficacy, de mate van zelfvertrouwen waarover iemand beschikt bij de inschatting of een bepaalde taak tot een goed einde komt, een lagere energie-inname in vergelijking met vrouwen die een lagere self-efficacy hadden.
  • Vrouwen met een oudere partner hadden een hogere energie-inname, dit resultaat was niet geheel te verklaren, maar zou kunnen worden verklaard doordat vrouwen en hun partners vaak dezelfde soort leefstijlgewoonten aanhouden en hoe vergelijkbaar partners zijn in hun leefstijl verschilt vaak per leeftijdsgroep.
  • Verder zagen de onderzoekers dat vrouwen die al meer voorbereidend gedrag vertoonden om hun bewegingspatroon aan te passen ook daadwerkelijk meer bewogen tijdens het leefstijlbegeleidingstraject dan vrouwen die dit gedrag niet vertoonden.
  • Tot slot zagen ze dat vrouwen die al  die al meer voorbereidend gedrag vertoonden om gewicht te verliezen, ook het leefstijlbegeleidingstraject vaker af maakten en niet uitvielen.

Uit verder onderzoek zal moeten blijken of de gevonden factoren ook in ander onderzoeken  kunnen worden bevestigd. Het onderzoek kan op termijn bijdragen om meer ‘op maat gemaakte oplossingen’ aan te kunnen bieden voor vrouwen die deelnemen aan leefstijlbegeleidingstrajecten.

Het artikel is gepubliceerd in de European Journal of Nutrition en is via de volgende link te lezen: https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs00394-018-1798-7.pdf

WOMB symposium lied over onvervulde kinderwens

Tijdens het WOMB symposium op 7 september 2018 zongen Margreet Ridder en Jelke Smit het lied “voor alle moeders die hun kind nooit zagen”. Dit lied gaat over het leed van de onvervulde kinderwens en was speciaal voor het symposium geschreven. We hebben de opname van het optreden op veler verzoek hier op ons blog gepubliceerd.

Onderzoek: meer seks en betere vaginale vochtigheid na leefstijlverbetering

Een gezonde leefstijl blijkt niet alleen goed om overgewicht tegen te gaan en allerlei ziekten te voorkomen, maar zorgt ook voor een betere seksuele gezondheid. Dat blijkt uit onderzoek van WOMB project-wetenschappers Vincent Wekker en Matty Karsten. Vrouwen met ernstig overgewicht die onder begeleiding meer bewogen, gezonder gingen eten en gewicht kwijtraakten, hadden daarna vaker seks en een betere vaginale vochtigheid. Deze positieve effecten waren vijf jaar later nog aanwezig. De bevindingen van Wekker en Karsten zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke magazine PLOS One.

Achtergrond van het onderzoek:

Ernstig overgewicht (obesitas) en onvruchtbaarheid hebben een negatief effect op seksuele gezondheid. We hebben in een eerder onderzoek aangetoond dat een leefstijlbegeleidingstraject, bij vrouwen die een onvervulde kinderwens hebben en kampen met obesitas, leidt tot gewichtsverlies. Als gevolg van het gewichtsverlies verbeterde daarnaast ook de hart- en vaat gezondheid en de kwaliteit van leven van deze vrouwen. Doordat deze factoren allemaal samenhangen met de seksuele gezondheid, wilden wij onderzoeken of een leefstijlbegeleidingstraject de seksuele gezondheid zou verbeteren bij vrouwen met obesitas en een onvervulde kinderwens.

Hoe werd het onderzoek uitgevoerd?

In totaal werden 577 vrouwen, tussen de 18 en 39 jaar oud, met vruchtbaarheidsproblemen en een Body Mass Index ≥29 kg/m2 verdeeld over twee gelijke groepen. De interventie groep kreeg een leefstijlbegeleidingstraject aangeboden van 6 maanden, alvorens te starten met vruchtbaarheidsbehandelingen om zwanger te worden. Het leefstijlbegeleidingstraject was gericht op afvallen door middel van meer bewegen en gezonder eten. De controle groep, kreeg geen leefstijlbegeleiding, maar kon direct starten met vruchtbaarheidsbehandelingen. Vijf jaar later vroegen wij de vrouwen gevraagd of zij een vragenlijst wilde invullen over hun seksuele gezondheid. Uiteindelijk wilden 84 vrouwen uit de leefstijlbegeleidingsgroep en 93 vrouwen uit de controlegroep deze vragenlijst invullen.

Wat kwam er uit het onderzoek?

De vrouwen in de leefstijlbegeleidingsgroep gaven aan dat ze in de afgelopen 4 weken vaker geslachtsgemeenschap hadden gehad dan de vrouwen in de controlegroep. Ook gaven zij aan een betere vochtigheid te ervaren tijdens geslachtsgemeenschap en scoorden zij een hoger aantal punten op hun algehele seksuele gezondheid op basis van de volledige vragenlijst.  Seksuele interesse, seksuele tevredenheid, orgasme en tevredenheid met hun intieme partner verschilden niet tussen de groepen. In een uitgebreidere analyse van de resultaten werd gevonden dat ongeveer 21% van het verschil in seksuele gezondheid tussen beiden groepen werd veroorzaakt door het feit dat vrouwen die de leefstijlbegeleiding ondergingen lichamelijk actiever waren.

Wat is de conclusie van het onderzoek?

Vrouwen met obesitas en een onvervulde kinderwens die een leefstijlbegeleidingstraject van zes maanden ondergaan hebben vijf jaar later vaker geslachtsgemeenschap, ervaren een betere vaginale vochtigheid en scoren hoger op hun algehele seksuele gezondheid op basis van de volledige vragenlijst.

Het onderzoek is onlangs in het wetenschappelijke tijdschrift PLOS ONE gepubliceerd en is volledig te lezen (Engels) door hier te klikken.

Video: Terugblik op het WOMB symposium Vrouw, Voeding, Vruchtbaarheid

Vorige maand organiseerden wij het WOMB symposium “Vrouw, Voeding, Vruchtbaarheid” in De Nieuwe Liefde in Amsterdam. Het evenement was een groot succes. Alle kaarten waren ruim van tevoren vergeven en het symposium leverde interessante gesprekken, informatie-uitwisseling en samenwerkingen op. We lieten onderstaand videoverslag maken van het evenement. Hou dit blog en onze Facebookpagina in de gaten, want de kans is groot dat het niet blijft bij dit eerste symposium.

Tessa Roseboom bezoekt donateurs Hartstichting met onderzoeksbus WOMB project

Het onderzoek met de Hart voor een Goede Start-bus is afgerond. We hebben ruim een rondje om de aarde gereden om de onderzoeken op locatie voor WOMB project mogelijk te maken. Deze week mocht Tessa Roseboom, coördinator van WOMB project, voor het eerst zélf met de bus op pad om donateurs van de Hartstichting te bezoeken. Tessa vertelde hen over het belangrijke wetenschappelijke onderzoek dat de Hartstichting mogelijk maakt.

Ook vertelde Tessa de donateurs hoe een gedurfde keuze van de Hartstichting, door een onderzoek naar baby’s uit de Hongerwinter te financieren, inmiddels heeft geleid tot veel kennis over het belang van een goede start. Kennis die vertaald wordt naar beleid. Tessa liet Hartstichting-directeur Floris Italianer en de donateurs onze onderzoeksbus zien, zodat hij met eigen ogen kon aanschouwen dat het geld goed terecht is gekomen. Deze onderzoeksbus hebben wij te danken aan de Hartstichting die het onderzoek binnen WOMB project mogelijk maakt, en aan Opel Nederland die een bijdrage aan de bus leverde.

Maar… we zijn als WOMB project vooral veel dank verschuldigd aan alle deelnemende vrouwen en kinderen! Dankzij jullie leren we meer over het hart van vrouwen en kinderen, en hoe we dat gezond houden.